HERE AND NOW WITH GEORGES-ELIE OCTORS (A tribute concert)
✕
Een concert-event
een weerzien met dirigent en mede-oprichter van Ictus.
Net zoals Elvis in 1968 of Gloria Lasso in 1985,
staat Georges-Elie, onze geliefde serenissimo, opnieuw op de planken!
In aanwezigheid van een pleiade van vrienden, vriendinnen en drie generaties muzikanten!
Dit hommageconcert kadert binnen La musique du geste,
een documentaire in wording over Georges-Elie Octors, gerealiseerd door Isabelle Dumont
met Jorge León achter de camera (RUBIS Productions).
Georges-Elie Octors – die alle musici kennen als ‘Géo’ (zeg ‘zjee-joo’, op zijn Frans) – was muzikaal directeur van Ictus van 1994 tot 2021. Tijdens die periode dirigeerde het merendeel van onze concerten. We hebben het aan hem te danken dat het ensemble vanaf het prille begin een bijzondere klank had – meer dan zomaar een geluid, maar eerder een methode, een manier om bevriend te zijn, samen te zijn en samen te spelen: een vreemd mengsel van dwangmatige precisie en laisser-faire.
Voor Georges-Elie was ritme altijd de enige mogelijke benadering om zich een weg te banen doorheen het immense muziekwoud. Het is waar dat alle paden elkaar kruisen, maar voor hem beginnen ze telkens bij het ritme. We mogen niet vergeten dat hij tot zijn pensioen ook percussieleraar en een formidabele virtuoos op klassieke pauken was. Bij het begin van elke repetitie, voordat er over iets anders – harmonie, timbre of frasering – kon worden gepraat, moesten we eerst en vooral samen spelen, echt heel erg samen, in de diepste diepten van de beat, één met zijn gebaar en tot het uiterste van zijn gebaar. En wij, de muzikanten, zijn het nooit beu geraakt om dat gebaar en de ongeëvenaarde elegantie waarmee hij het tempo aanwakkerde, te aanschouwen. Voor de rest maakte Georges-Elie niet te veel drukte: hij had een soepel dansend gebaar ontwikkeld dat vrij van pathos mijlen ver verwijderd was van de ‘gespecialiseerde hedendaagse’ dirigenten die in de jaren 90 floreerden en naast hem stijver dan een semafoor leken.
Nooit klonk het: ‘Allemaal samen, alstublieft, komaan, op de tweede zestiende !’ Ritme is voor hem immers allesbehalve wiskunde, het is een levensbelangrijke sprong. Als wij niet strak in de maat speelden, wel, dan was dat omdat zijn gebaar niet duidelijk was – dat was toch wat hij in alle bescheidenheid veinsde te geloven. Hij bood zijn excuses aan en corrigeerde zijn gebaar, meestal met het oog op meer eenvoud en concentratie. Of hij sprak een raadselachtige zin uit waardoor alles op zijn plaats viel: ‘hier gewoon puntjes in de ruimte!’ of zijn beroemde ‘de laatste die speelt, krijgt gelijk!’ (om unisono syncopes uit te voeren).
Georges-Elie is zelf de zoon van een dirigent en hij is in staat om tijdens een maaltijd de hele tafel aan het lachen te brengen door grote dirigenten uit de postromantische traditie te imiteren. Hij kent ze van buiten, alle grappige of vreselijke verhalen over legendarische dirigenten, übermannen, tirannen, pestkoppen, verwende kinderen. Maar zelf heeft hij zich nooit zo gedragen. Eerst en vooral is hij gewoon nooit in staat geweest om boos te worden. In zijn jeugd was hij daarover waarschijnlijk een beetje verbitterd, maar toen hij later besefte dat hij net daardoor zo geliefd was, heeft hij geleerd om van zichzelf te houden en ging het allemaal vanzelf.
‘Het is bevorderlijk het grote water over te steken, er is geen hindernis,’ schreven de wijze auteurs van de I Tjing om te zeggen dat het tijd is om je kans te grijpen. En dat is precies wat een dirigent volgens Georges-Elie doet, en niets anders – maar ook niets minder: kansen bevorderen, hindernissen wegnemen, het ritme vloeiender maken en anderen de kans geven om het diepe water over te steken. Want zodra het ritme gevonden is, zodra het vloeiende gebaar de overhand krijgt op stijfheid en verlegenheid, dan volgt al de rest: de harmonische ruggengraat valt op zijn plaats, gevolgd door de frasering en de vorm. Er zijn geen hindernissen meer en iedereen kan met zijn eigen uitvinding, voorstel of zelfs zijn onbeschaamdheid uitpakken. En de muziek speelt zichzelf …
Programma aantekeningen
Thierry De Mey : tafelmuziek
Als opener van dit concert brengen we, ere aan wie ere toekomt, hulde aan Georges-Elie’s nooit aflatende vriendschap met Thierry De Mey, ontstaan en gegroeid uit een gedeeld verlangen naar artistieke elegantie. Die elegantie vertaalt zich in een constant zoeken naar het perfecte ritme en het daarbij horende juiste gebaar, een stijlvol laveren tussen hoffelijkheid en rusteloosheid.
Dirk, Géry en Georges-Elie werden in 1999 door Thierry gefilmd voor een bloemlezing Musiques de Tables. Sindsdien groeide het stuk uit tot een veelgespeelde 20ste eeuwse klassieker en werd het zelfs een opgelegd werk tijdens diverse percussie competities.
Maar toch is en blijft het Ictus copyright : niemand anders dan Dirk, Géry en Georges-Elie zijn ooit zo diep doorgedrongen tot de bizarre humor van dit werk, een stijlicoon van de Flemish touch van de jaren ’80.
CHRISTOPHER TRAPANI: WATERLINES
Shakespeare schreef ooit in the Tempest dat uit een ramp ook iets moois en bijzonders kon ontstaan. Een beter citaat om Christopher Trapani’s Waterlines te parafraseren is nauwelijks denkbaar.
Die ramp was de orkaan Katrina, geen enkele storm richtte ooit zoveel schade aan in de VS. Katrina trof Louisiana op 29 augustus 2005, meer dan 1200 mensen kwamen om en de nefaste gevolgen van de natuurramp liepen veel hoger op dan noodzakelijk door de traagheid waarmee de overheid de hulpverlening op gang bracht. Een aan waanzin grenzende fake berichtgeving en rapportage nadien vormden eens te meer het meest treffende bewijs van de enorme polarisatie in de Amerikaanse samenleving.
Trapani, geboren in New Orleans (dat het dekor van het oog van de storm was), liet het volgende optekenen : ‘Het gevoel van shock onmiddellijk na de storm staat nog altijd in mijn geheugen gegrift. De angst om alles te verliezen, tastbare en niet-tastbare dingen, gaande van huizen, fotoalbums tot culturele tradities.’ Later , tijdens het beluisteren van oude originele opnames met muziek uit het zuiden van de VS, werd hij geconfronteerd met verhalen over voorbije catastrofes (onder meer de Mississipi overstroming 1927). Bij Trapani groeide toen het idee een groots fresco te componeren ter nagedachtenis aan Katarina maar terzelfdertijd als hulde aan zijn eigen muzikale roots.
Inspiratiebronnen daarbij waren opnames uit de jaren 20-30 van onder meer de Carter Family, Kokomo Arnold, Bessie Smith, Ramblin’ Thomas, Charley Patton en Lonnie Johnson. Trapani vond in die oude blues- en countrynummers niet alleen tekstuele inspiratie maar ook nieuwe invalshoeken naar harmonie, ritme en bewegingsexpressie.
De twee nummers die we uit de cyclus selecteerden vormen tevens een blij weerzien met één van Georges-Elie Octors' trouwste partners in crime: sopraan Donatienne Michel-Dansac. Vergeten we daarbij niet dat Donatienne ook het absoluut stralende middelpunt is van twee geruchtmakende Ictus opnames waarmee we de twintigste eeuw binnenrolden, all twee onder een bezielde leiding van Octors: Avis de Tempête van Georges Aperghis (2004), en An Index of Metals, het laatste werk van Fausto Romitelli (2003).
MORTON FELDMAN: THE VIOLA IN MY LIFE
Morton Feldman werd al tijdens zijn leven een begrip, zijn muziek een ontmoetingsplaats voor zoveel generaties. Zijn ultieme kunst van de 'paradoxale oneindige cirkelbeweging', vangt het geheugen maar bedwelmt het ook, altijd maar toch nooit op dezelfde manier. Nooit klonk deze muziek zo fris, zo visionair als in het huidig tijdperk van neuro-cognitieve wetenschap. Sinds het begin van Ictus, dertig jaar geleden, slaagde een jonge pianist en muziekanalyse leraar, genaamd Jean-Luc Fafchamps, erin om bij Ictus een cultstatus te creëren voor deze New Yorkse componist.
Even eigenzinnig als zijn spitsbroeder John Cage heeft Feldman de muziekliteratuur gevoed met reflecties en aforismen die de meesters van het Zenboeddhisme waardig zijn. Moderne muziek betekende volgens Feldman niets meer dan zelfemancipatie van geluid. ‘Er is niets intellectueels aan onze kunst,’ polemiseerde hij, ‘Jullie Beethoven daarentegen is intellectueel, met al die nutteloze motiefomspelingen!’
Bij Feldman belichten we Georges-Elie's taoïstische kant. ‘Muziek kan je immers niet 'dirigeren' -vanitas vanitatum ! Laat het gewoon los...’
GEORGES APERGHIS: LES SEPT CRIMES DE L'AMOUR (DE ZEVEN LIEFDESMISDADEN)
Dit stuk is typerend voor de stijl van Georges Aperghis aan het einde van de jaren 70.
In 1979 was het ATEM (Atelier Théâtre Musique) dat Aperghis had opgericht met Edith Scob, Jean-Pierre Drouet en Michael Lonsdale in volle bloei. In die periode verkende Aperghis in al zijn composities de diverse betekenislagen van het begrip Umheilichkeit. Een beklemd gevoel dat ontstaat door het mens zijn, de verbazing die we tonen, blootgesteld aan spraakanomalieën of aan de monstruositeit van ons eigen lichaam (als musicus), met als verlengstuk of prothese het instrument dat we bespelen.
Zeker , Les sept crimes is een kamermuziekwerk dat geen rol voorziet voor Georges-Elie, maar een huldeconcert Georges-Elie Octors organiseren zonder een plaatsje te geven aan Georges Aperghis is als een driekoningentaart serveren zonder boon : daar trek je alleen maar ongeluk mee aan. De vriendschap tussen deze twee (voor)naamgenoten verdient eigenlijk een heel boek. Afgezien van die hechte vriendschap deelden ze vooral een ongelooflijke arbeidsethiek, een noeste werkdrift die tot aan de grenzen van het delirium reikt, iets wat zelfs Pierre Boulez gelukkig zou gemaakt hebben.
GERARD GRISEY: VORTEX TEMPORUM III
... hoe kunnen we dit concert beter af sluiten dan door een hommage te brengen aan die schattige vriendschap, een mix van tederheid en respect, die Georges-Elie Octors en Anne Teresa De Keersmaeker al dertig jaar met elkaar verbindt. Hoe vele honderden malen voerden we Vortex Temporum al niet uit met onze vrienden van Rosas, 's avonds of op alle mogelijke uren van de dag in musea en theaters ?
Gérard Grisey, Kaaija Saariaho, Magnus Lindberg en Fausto Romitelli, vier componisten die Georges-Elie nauw aan het hart liggen, vertegenwoordigen evenveel facetten van de zogenaamde “spectrale” esthetiek, waarvan de ontwikkeling perfect parallel liep aan Géo’s carrière als dirigent.
'Spectralisme', een holistische benadering van muzikale fenomenen, zoomt metaforisch in op geluid maar geeft terzelfdertijd een retro-feedback van elektronische muziek op de instrumentale praktijk.
Los van hun instrumentenkeuze hebben hedendaagse muzikanten vandaag hun lexicon verbreed en denken ze in termen van 'filteren', 'spectral sweep' en 'frequentiemodulatie'. Met zijn pseudo-elektronische harmonie, hypnotiserende loops en gelijktijdige tempo's die zich als een DNA chromosoom in elkaar knopen, waaiert Vortex Temporum uit in het witachtige licht van een dystopische stormachtige wereld.
“Muziek is gewelddadige kunst bij uitstek. Het stelt ons in staat om waar te nemen wat Proust een beetje tijd in zijn puurste eigenheid noemde”, schreef Gérard Grisey. Het zijn deze gewelddadige uitbarstingen die we aan het einde van deze avond wilden horen. Wat we ook eerder schreven over Georges-Elie Octors in termen van elegantie, humor of precisie, toch kunnen we dit gouden boek niet afsluiten zonder zijn moedig romantische hart te vermelden, een heel groot hart dat zijn vrienden en -innen gewillig tot het uiterste dreef ! Maar zoals de bescheidenheid gebiedt, praten we daarover slechts in de bar na het concert, off the record | Tot dan !
Geniet van deze avond !
Jean-Luc Plouvier
NL vertaling en bewerking: Piet Van Bockstal
GALLERY


CAST & CREDITS
WORKS
- Géry Cambier, double bass
- Anita Cappuccinelli, technical direction
- Filipa Cardoso, camera
- Tom De Cock, percussion
- Geert De Bièvre, cello
- François Deppe, sound assistant
- Dirk Descheemaeker, clarinets
- Chryssi Dimitriou, flute
- Isabelle Dumont
- Jean-Luc Fafchamps, piano
- Alexandre Fostier, sound
- Victor Guaita, viola
- Quentin Jacques, sound (film)
- Jorge León, chief operator
- Hilde Maes, business coordinator
- Laure Massiet, camera assistant
- Gerrit Nulens, percussion
- Georges-Elie Octors, conductor
- Maris Pajuste, voice
- Tom Pauwels, guitar
- Jean-Luc Plouvier, piano
- Philippe Ranallo, trumpet
- Thomas Schira, camera
- Igor Semenoff, violin
- George Stevens, all areas intern
- Martijn Susla, clarinet
- Nicolas Van Achter, camera
- >PROGRAMME NOTES
Thierry De Mey: Musique de tables
for three percussionists
Christopher Trapani: Waterlines,
Five Songs about Storms and Floods,
Songs 1 & 3
for voice and ensemble
Morton Feldman: The viola in my life I
for viola and five instruments
Georges Aperghis : Les sept crimes de l’amour
for voice, clarinet and percussion
Gérard Grisey: Vortex Temporum, 3rd movement
for piano and five instruments