Introduction aux ténèbres (Raphaël Cendo, 2009)
Introduction aux ténèbres (Raphaël Cendo, 2009)

Introduction aux Ténèbres
programmatoelichting door Raphaël Cendo
Geschreven tussen 90 en 100 na Christus profeteert de Openbaring van Johannes (‘Openbaring’ wil zeggen ‘onthullen’, ‘ontsluieren', ‘Revelatie’) wat gebeurd is, wat gebeurt en wat zal gebeuren. Dit litteraire genre werd vooral uitgewerkt in het Oude en Nieuwe Testament (apocriefe geschriften) door Daniël, Petrus, Elia, Mozes enz…
De Openbaring van Johannes (Nieuwe Testament) ontsnapt niet aan de gebruikelijke beschrijving van het einde der tijden en eindigt met het visioen van een hemels Jeruzalem (het Rijk Gods), dat voor altijd alle aardse Koninkrijken zou vervangen. De symbolische natuur van de Openbaring heeft de weg geopend voor een veelheid aan interpretaties: er is de idealistische stelling die in de Openbaring een strijd ziet tussen het goede en het kwade en de futuristische stelling die in het boek een beschrijving ziet van een profetie, toekomstige gebeurtenissen. In tegenstelling tot de aanvaarde ideeën: als het rijk van Satan moet aanbreken, dan is dit enkel om de komst van het Rijk Gods op aarde beter voor te bereiden.
De Openbaring is de meest controversiële tekst van de Bijbel. Het ziet het daglicht in een tijdperk waarin religie en politiek intiem verbonden zijn en is doorspekt met visioenen van rampen en bijzonder gruwelijke taferelen. Deze tekst was aanvankelijk bestemd om de christelijke gemeenschap te ondersteunen in een tijd waarin deze zwaar werd vervolgd, en om de ondergang te voorspellen van de Antichrist – een term die verwijst naar “een oplichter, een groep of organisatie die zou proberen om net voor het einde der tijden een religie in te voeren die ingaat tegen die van Jezus Christus”. Dit verklaart waarom dit boek geheim in omloop was en in eerste instantie geschreven werd in een symbolische, zelfs gecodeerde taal. De Openbaring roept niet alleen het einde van de wereld op, maar dat van de hele geschiedenis van de mens. De tekst laat zich eveneens gelden als een profetie tegen Rome en het daaropvolgend Romeinse Rijk, ten voordele van de christelijke Kerk die voorbestemd was om haar te vervangen.
De vraag omtrent de christelijke Openbaring verwijst naar onze eigen Openbaring (ontdaan echter van enige religieuze connotatie), namelijk de Openbaring van onze volledige gemeenschap, maar ook die van ons eigen intieme leven. Welke sluier willen wij afleggen, welke donkere uren staan ons te wachten en welk Rijk moet er vandaag vernietigd worden?
Introduction aux Ténèbres is opgebouwd uit drie in het Latijn gezongen liederen gekozen uit de 22 hoofdstukken van de Openbaring van Johannes zonder dat hierbij de chronologische volgorde van het boek gevolgd wordt. Het stuk begint met een Proloog en eindigt met een Epiloog. De Proloog en Epiloog worden hier in hun originele betekenis opgevat, geplaatst vóór het woord (Prologos) en ná het woord (Epilogos). Deze twee delen dragen de overblijfselen van kleine stukjes stem in zich, zoals het puin van een voor altijd verloren taal.
Het eerste Lied – Openbaring 8 – “Het werd stil in de hemel, gedurende ongeveer een half uur.”
Het zijn de zeven trompetten van de engelen die de zondvloed, het vuur, de hagel, het bloed en de dood op aarde aankondigen. De afschuwelijke en buitensporig gewelddadige tekst wordt tegen de muzikale stroom in bewerkt. De muziek is alleen nog maar een echo van een verdwenen wereld.
Tweede lied – Openbaring 4 – “Kom naar hierboven, zodat dat ik je laat zien wat vervolgens moet gebeuren”
De afwezigheid van tekstchronologie komt door het feit dat ik de beschrijving van het Rijk Gods in het midden van het stuk wilde plaatsen. Dit tweede lied is een uitgebreide, angstaanjagende beschrijving van het Hemelse Rijk, eerder dan een beschrijving van dat van Satan. Men treft er ‘vier levenden’ aan ‘die zowel van voor als van achter ogen hebben’ en de tekst wordt doorkruist met een verblindend licht. De muziek condenseert zich in het hoogste register, het enige moment van licht in het hele stuk.
Derde lied – Openbaring 13 - "Toen zag ik een Beest met zeven koppen en tien hoornen uit de zee opdoemen, met tien diademen op de hoornen en blasfemische leuzen op de koppen”
Het derde lied is een beschrijving van de heerschappij van Satan op aarde. Het getuigt van een ongelooflijke vindingrijkheid. Er komen “Beesten” in voor, “een Beest dat op een panter lijkt, met poten als die van een beer en een bek als die van een leeuw” of “een Beest met twee hoorns als een lam, maar dat spreekt zoals een draak”. Het is het rijk van de aanbidding van het kwade, van de blasfemie en van 666, het cijfer van de duivel.
--------
De muzikale opstelling bestaat voornamelijk uit de ‘lagere’ instrumenten. De solo contrabas neemt er een bijzondere plaats in. Naast de rol als solist heeft ze een enigmatische functie die we zouden kunnen beschrijven als de vreemde dubbelganger van de stem. In haar concerterende rol zet ze zich af tegen de rest van het ensemble via een zeer energetisch en virtuoos spel, extreme speeltechnieken en het inzetten van precies bepaalde instrumentale gestes. In het tweede geval begeleidt de contrabas de stem door ononderbroken met haar in dialoog te gaan. Hier kan men haar rol beschrijven als het vervloekte deel van de tekst, als een tweede vertolking van de stem. De tekst van de contrabas zoekt naar een fusie met de stem door haar intonaties te volgen. Deze positie is primordiaal voor het stuk, waarbij de contrabas de verbinding tot stand brengt tussen het instrumentaal ensemble en de tekst.
Het schriftuur concentreert zich op dat wat ik het infra-gesatureerde noem. Ten opzichte van mijn andere stukken waarin ik gewerkt heb aan de totale saturatie gedreven door energie, wordt dit stuk overheerst door het oproepen van een universum dat vernietigd is door een te grote energie en waarin er alleen nog maar iets spookachtigs overblijft van datgene wat geweest is. De infra-saturatie is een wereld waarin er niets meer overblijft dan de doortocht van vlammen in een ver verleden, een wereld opgericht uit as, het spoor van een energie die geen grenzen kent. Het is het koninkrijk van oorden die achtervolgd worden door verscheuringen uit het verleden die de oneindige nacht ingaan. Het is, zoals Georges Didi-Humberman in “Génie du non-lieu” heel mooi zegt over de bom op Hiroshima: “De schaalafdruk, deze haarfijne verpulvering, deze asvorm van een door het vuur verzwolgen voorwerp, situeert zich precies op de grens tussen twee extreme toestanden: enerzijds doet een gigantische flits de hemel exploderen en anderzijds doet de reusachtige somberheid de hele aarde verstikken. Een broze draad gespannen tussen het rijk van het vuur en dat van de as.”
Het concept van de verzadiging draagt de notie van overdaad in zich en verwerpt elke tussenoplossing. De overdaad aan klanken en informatie, tot uitputting toe, opent een weg om de klankkleur in een nieuwe richting te bewerken. Net zoals de verzadiging is de infra-saturatie niet meer dan de oproeping van haar eigen Duisternis, de komst van een zwarte energie, een afdaling naar de hel van haar verzadigde toestand.
Ik dank Ictus voor de waardevolle hulp bij dit project, Romain Bischoff voor ons gezamenlijk opzoekwerk, evenals Gregory Beller en alle anderen die dit project hebben gesteund.
_Raphaël Cendo_
GALLERY



CAST & CREDITS
- Georges-Elie Octors, conductor
- Nicolas Crosse, contrabass
