ORFEO 14 (Helmut Oehring)
ORFEO 14 (Helmut Oehring)

in het kort
Om de tiende verjaardag van haar heropening te vieren, organiseert de Opera van Rijsel twee uitzonderlijke concerten, opgevat als een tweeluik.
Als eerste deel van beide avonden staat de première van _Orfeo14_ op het programma, een korte concertante opera van Helmut Oehring. Voor het eerst staan de twee ensembles in residentie, _Le Concert d’Astrée_ en _Ictus_ - de ene gespecialiseerd in het barok repertoire, de andere in hedendaagse muziek - samen op de scène en begeleiden een vocale topcast.
De vrijpostige Berlijnse componist zal daarbij _L’Orfeo_ van Monteverdi, dat het begin van de operageschiedenis inluidt, vermengen met een bewerking van _Heart of Darkness_ van Joseph Conrad – een ‘duik’ in de koloniale catastrofe waarop Coppola zich destijds inspireerde voor zijn film _Apocalypse Now_. Een hallucinante vertoning waarbij barok en hedendaags voortdurend in elkaar overvloeien.
In het tweede deel, na de pauze, volgt de slag om de lach. Theatermaker Jean-François Sivadier staat als scheidsrechter in de ring, waar de twee ensembles, de Ouden en de Modernen, het tegen elkaar opnemen, op de wijze van de Oordelen van Apollo in de 17e eeuw. De vraag is: wie is de waardigste vertegenwoordiger van zijn kunst? _U kunt het Verleden niet vergeten,_ beweren de enen. _U hebt het recht niet het Heden te verfoeien,_ repliceren de anderen, en allemaal brengen ze onversaagd hun meesterwerken ten gehore.
De Twistpartij wordt georganiseerd in drie rondes (Klank, Affect en Kracht). Daarbij wordt Händel tegenover een stuk van Holliger geplaatst en Caccini tegenover Webern. Als apotheose volgt een verzoeningsronde (Les Goûts Réunis), in de vorm van een onweerstaanbaar arrangement van _Pour un Flirt_ door Oscar Strasnoy. Champagne!
over helmut oehring
Helmut Oehring wordt in 1961 in Berlijn geboren. Hij waagt zich aan alle genres: opera, orkestwerken, muziektheater (hij schreef tal van werken waarbij doofstommen zich uitdrukken in gebarentaal) en veel kamermuziek. In zijn laatste producties vermengt hij op vakkundige wijze de grote meesterwerken uit de klassieke traditie, zoals in zijn recente _AscheMOND,_ naar _The Fairy Queen_ van Henry Purcell, of in _SehnSuchtMEER_, naar _De Vliegende Hollander_ van Richard Wagner.
teken en beeld
Als kind van twee dove ouders werd Helmut Oehring opgevoed met gebarentaal als moedertaal. Zijn muzikale wereld verwijst dan ook altijd naar het teken en de kracht van het beeld. Oehring componeert meestal tegenover een gigantisch tv-scherm waarvan hij het geluid afzet en dat de overdonderende beeldenstroom weergeeft die onze collectieve verbeelding voedt. Zelfs zijn instrumentale en kamermuziekwerken, die volgens hem “even eenvoudig moeten zijn als een Lied van Schubert of een song van Bob Dylan”, doen onvermijdelijk denken aan bizarre, burleske of macabere filmscènes.
montage
Centraal in zijn muzikaal universum staan onze hectische tijd en de snelheid waarmee we vandaag informatie verwerken. Bij deze muziek gaat het niet over de “vorm”, maar over de “montage”. Zo vat Oehring zijn partituren op als lange videoclips, vol clichés, citaten en vluchtige figuren die in elkaar overvloeien en elkaar in snel tempo opvolgen.
dubbele bodem
Tot alles plots in elkaar stort. Meteen krijgen we hier de andere keerzijde van zijn kunst: een soort ademnood of gestamel. De overweldigende beeldenvloed stolt, en er opent zich een venster op een bevroren landschap waarin herhaling en geduldig wachten de toon aangeven. Dan blijkt dat alles van bij het begin ontaard was: de piano was geprepareerd, de strijkers waren een kwint te laag gestemd, en de synthesizersamples waren opgenomen op een oud radiotoestel …
over Orfeo14
woord en geweld
Helmut Oehring: “Als kind heb ik ervaren hoe kwetsend, oorlogszuchtig en dodelijk taal kan zijn …”. Deze ‘afwijzing van het woord’ draagt het orfische idee in zich dat muziek superieur is aan taal. Tegelijk vertoont ze een bevreemdende gelijkenis met de beschrijving van Charles Marlow, de verteller in _Heart of Darkness _van Joseph Conrad, wanneer hij het heeft over het fascinerende en beangstigende charisma van Kurz, één van de meest illustere ‘slechteriken’ in de Europese literatuur. Kurz is een koloniale handelaar die zijn macht baseert op een tribale personencultus in het hart van het Congolese woud. Marlow zegt hierover het volgende: _“Van al zijn talenten viel vooral zijn verbale vlotheid op, zijn onthutsende en tegelijk inspirerende, hoogst geëxalteerde en tegelijk bijzonder verachtelijke uitdrukkingsgave. Een gave die een tastbare realiteit in zich droeg (...)”. _
Het meedogenloze kolonialisme dat Leopold II, koning der Belgen, tentoonspreidde in Congo, vraagt nog altijd om opheldering en verdere studie, maar wordt door de Duitse filosofe Hannah Arendt beschouwd als startpunt van het moderne totalitarisme. De Engelse schrijver Joseph Conrad (1857 - 1924) was er als vooraanstaande getuige letterlijk ziek van geworden. Hij walgde van de leugenachtige en verbloemende beschavingsretoriek, die datzelfde kolonialisme moest rechtvaardigen. Conrad beschouwde deze zwarte bladzijde als “de meest verderfelijke roofpartij die de geschiedenis van het menselijk bewustzijn ooit heeft bezoedeld”.
de operabewerking van de roman van Conrad
_Orfeo14 _is gebaseerd op het libretto van Stefanie Wördemann en wordt opgevoerd in een concertversie. De opera is een bewerking van het klassieke thema van de afdaling naar de hel. Ze is opgevat als een bevreemdende en schokkende verwijzing naar één van de mooiste en tegelijk ook eerste opera’s uit de geschiedenis. _L’Orfeo _van Monteverdi klinkt vandaag nog altijd even fris en staat in het teken van de strijd tussen muziek en de dood. Plots duikt hier de menselijke wreedheid op, die tot op het bot wordt ontleed.
Kapitein Marlow (contratenor Rodrigo Ferreira) maakt dezelfde reis als Orfeus, die hier zowel vertolkt wordt door tenor John Mark Ainsley als door Tom Pauwels, de gitarist van Ictus (die de lier inruilt voor een elektrische gitaar). Hij raakt verstrikt in een web van leugens en in een wereld die van bij het begin verdorven is en niets anders is dan de Hel zelf.
De verbluffende vocale performer en contrabassist Matthias Bauer, afkomstig uit de Berlijnse ‘free scene’_, _belichaamt de waanzin van Kurz, de duistere incarnatie van het Kwaad. Christina Schoenfeld, een doofstomme actrice die gespecialiseerd is in gebarentaal, kruipt in de huid van de tedere Eurydice-Claycomb en voert daarbij een mysterieus gebarenballet op. En de dirigenten van de beide ensembles, Emmanuelle Haïm en François Deppe, kaatsen de bal voortdurend naar elkaar terug. Dat levert een onophoudelijke en bruuske confrontatie op tussen de prille, maar tegelijk al zinderende lieflijkheid van het begin van de Verlichting die Europa zijn grootsheid bezorgde, en de wanklanken die de wereld van vandaag overstemmen, verdoofd door de herinnering aan zijn eigen leugens.
GALLERY



CAST & CREDITS
- Joseph Conrad