ICTUS
Georges-Elie Octors

Nerone (Clemens Gadenstätter)

Nerone (Clemens Gadenstätter)
2019

over Nerone

Met een lier in de hand bezingt hij Rome terwijl de stad in lichterlaaie staat. Waarschijnlijk is dat een verzonnen tafereel, maar toch vormt het de perceptie van een historische figuur die nu nog altijd beroemd en berucht is – Nero, keizer van het Romeinse Rijk van 54 tot 68 na Christus. Een vooruitziende veroveraar, een olympiër en een getalenteerde kunstenaar enerzijds en een moordenaar, brandstichter, duivel en megalomane gek anderzijds. Precies die contrasten en tegenstrijdigheden zitten vervat in de beschrijving van Nero als een “gevoelig monster” en maken hem zo fascinerend. De echte mens als een duurzaam scherm waarop alles geprojecteerd wordt – iedereen heeft zijn “eigen” Nero.

In zijn theaterstuk Nerone verdiept Clemens Gadenstätter zich in het potentieel en de complicaties van deze tegenstrijdige interpretatie. Nero speelt zowel zichzelf als de verschillende functies die hij vervult – keizer en kunstenaar, op hetzelfde moment en op dezelfde plek. Daarom is het toneel het onderwerp van en de setting voor Nerone, maar het toneel is ruimer dan alleen de ruimte waar gespeeld wordt. Gadenstätter breidt het toneel uit naar de moderne perceptie en ervaringen van elke dag. Het reikt verder dan het traditionele “toneelstuk”, het wordt een ambigue ruimte met actie en drama, die constant heen en weer gaat tussen authenticiteit en schijn, en tussen wat echt is en verteld wordt.

Tegelijkertijd in verschillende (sociale) kringen, rollen en functies bestaan en je aan die omgevingen aanpassen door ze te kopiëren is allang een deel van het moderne mens-zijn. Om de uitdaging van dat allesomvattende engagement aan te kunnen, moet je bereid zijn een “gespleten persoonlijkheid” te ontwikkelen. We zijn net zo goed echt als virtueel en reageren rechtstreeks maar ook via andere kanalen. In Nerone wordt een historische figuur een symbool van deze “kunst van de metamorfose”. In een spel van misleiding tussen identiteiten worden in vier “dramatische bedrijven” verschillende constellaties verkend. In die scènes verschijnt Nero in verschillende contexten – als een acteur die de rol van keizer speelt, als een olympiër die de edele spelen misbruikt voor het vergroten van zijn macht, als een toeschouwer bij de grote brand van Rome en als een standbeeld, de versteende bewaker van het Domus Aurea.

Vooral in de scène met de brand staan identiteit, werkelijkheid en fictie centraal, de kernelementen die Clemens Gadenstätter in Nerone aan bod laat komen. De grote brand van Rome wordt vanuit verschillende perspectieven belicht – Nero die toekijkt hoe de stad brandt, Nero die een episch gedicht schrijft over de brand van Troje als allegorie voor de Romeinse vuurzee, en tot slot de manier waarop de Romeinse burgers de brand ervaren. Daarom is deze scene in drie versies tegelijkertijd te zien – als een esthetisch object, als een allegorie en als de meedogenloze werkelijkheid.


Nerone is een stuk dat constant grenzen overschrijdt. Niets is van in het begin duidelijk of kan tot een eenduidige betekenis herleid worden. Integendeel, elke actie is altijd een afspiegeling van een andere. Het stuk is geconcipieerd als een ruimte die enerzijds de actie beïnvloedt die zich in die ruimte ontwikkelt, maar anderzijds ook gevormd wordt door die zelfde acties. Die interactie biedt een waaier van mogelijkheden om met verschillende media te werken – muziek, geluid, taal, tekst, vertellingen, beelden en film. Geen enkel onderdeel staat op zichzelf, het maakt altijd deel uit van een interactie.

In Nerone creëert Gadenstätter muzikale en dramatische situaties waarin hij zijn esthetische ideeën verwerkt en de semantische kwaliteiten van muziek illustreert in contexten die eindeloos veelzijdig en fantasierijk zijn. Het publiek wordt betoverd door sterk uiteenlopende percepties en het wordt uitgedaagd om zich telkens weer aan nieuwe situaties aan te passen. Nero is een vluchtig vast punt. Hij onderwerpt het publiek en maakt het tot een deelnemer in zijn onvoorspelbare toneelspel. “Nerone”, zo legt Clemens Gadenstätter uit, “is een manier om theater te laten zien in het theater en tegelijkertijd een beeld te schetsen van de angstaanjagende werkelijkheid van onze moderne wereld.”

Vier Dramatische Knopen

1

Nero, een acteur die de Keizer nabootst

Het publiek gedraagt zich zoals een publiek, maar tegelijkertijd is het onderhevig aan de beslissingen van de Keizer – zowel degene die geschetst worden (de projectie?) als de echte. Dit bedrijf verdiept zich in het feit dat de vermenging van een voorstelling van iets en de werkelijkheid onontkoombaar en wreed is. Wat gebeurt er wanneer de grens vervaagt tussen een daad als uiting van een existentiële noodzaak en een daad ten gevolge van de valse voorstelling van een andere daad, wanneer de gevolgen van de voorstelling van die daden en de echte daden als gelijkwaardig worden beschouwd?

2

De Olympische Spelen, alle disciplines gewonnen door Nero

Nero is wel onderlegd in de vereiste disciplines, maar hij is geen olympiër. Door corruptie creëert hij een situatie waarin het ritueel van de wedstrijden tot een klucht wordt herleid; een demonstratie van pure macht en goddelijke waanzin. Het sportritueel, dat werd ontwikkeld om het sociale en het politieke weefsel te versterken, verhuist door de onversneden macht van Nero naar een nieuw niveau, dat van “enkel/niet meer dan een ritueel”; de echte, in het ritueel vervatte strijd (zoals een vlieg in amber) verwordt tot het naspelen van een wedstrijd die nauwkeurig vastgelegd is. Door die zin wordt Nero’s macht in de werkelijkheid erkend, maar hij maakt zichzelf belachelijk door die tegenover het theaterpubliek uit te spreken. De voorstelling wordt herleid tot een illustratie. In de imitatie wordt het heilige ritueel een dwaze vertoning waarin Nero zichzelf speelt en echte mensen doodt. Structureel gezien gaat de wedstrijd tussen de “mechanische” muzikant en de muzikanten van het orkest, waarbij men op voorhand weet dat de mechanische muzikant zal winnen.

3

Rome brandt

Dat wordt door Nero verdraaid tot een toneelstuk wanneer hij zijn eigen epos over de brand van Troje zingt terwijl hij van ver toekijkt hoe de stad brandt. Hij linkt de beschrijving uit de Ilias van die brand met de brand van Rome en opent zo de deur naar totale inauthenticiteit. Hij ziet het drama zich voor zijn ogen in het echt afspelen en noemt het “pure fictie”: hij heeft dat spektakel geënsceneerd. De beslissingen die Nero na de brand neemt om de stad weer op te bouwen geven aan dat de werkelijkheid op twee niveaus tegelijkertijd speelt: geavanceerde brandbeveiligingsmaatregelen moeten zijn “Domus Aurea” beschermen, de plek die het toneel zal zijn van zijn volgende toneelstukken en evenementen, een omgeving/decor waarin hij zal voortleven. De brand van Rome zal tegelijkertijd vanuit verschillende perspectieven getoond worden: Nero die toekijkt hoe de stad brandt, Nero die als allegorie het epos van het brandende Troje bezingt, de echte brand zoals de burgers van Rome die ervaren. De gebeurtenis wordt simultaan verbeeld als een esthetisch iets, een allegorie en de harde realiteit.

4

Nero’s “Domus Aurea”, ontworpen als toneel/schouwburg

In dit bedrijf worden parken ontworpen als “pretparken” voor de burgers van Rome. In het midden staat een 40 meter hoge kolossus, een beeld van Nero in “goddelijke naaktheid”. De levende omgeving wordt een toneel. Het veelzijdige, gedifferentieerde aspect van de ruimte wordt duidelijk gezien als een artistiek voorwerp: het huis is een ruimte voor verschillende sociale ruimtes, gebruikt voor verschillende doeleinden (de villa van een keizer, een pretpark enz.) en ook een zuiver esthetisch iets. Alle kwalitatieve aspecten van ruimtelijkheid zijn tegelijkertijd echt (Nero’s vertrekken en het centrum van zijn macht) en symbolisch (van die ruimte een toneel maken).

GALLERY

Gallery image 1
Gallery image 2
Gallery image 3

CAST & CREDITS