Avis de Tempête (Aperghis | Szendy, 2004)
Avis de Tempête (Aperghis | Szendy, 2004)

Libretto
Programma Kaaitheater, 2007 :
Wonderbaarlijk stuk muziektheater. Een hoogtepunt van het jongste seizoen was de opvoering in het Performatik 3-festival van de 14 Récitations van Georges Aperghis (1945) door de Franse sopraan Donatienne Michel-Dansac. Zingen en acteren, taal en muziek, filosofie en humor,… het kwam allemaal samen in een adembenemend intense performance.
Aperghis is dit seizoen opnieuw van de partij, met Avis de tempête, een – dixit Les Inrockuptibles – ‘wonderbaarlijk, hallucinant’ stuk muziektheater, in 2004 gecreëerd door Ictus in de Opéra de Lille. Aperghis tekende zelf voor de regie.
Aperghis ontketent op de scène – en in zijn partituur – een storm die alles op zijn weg wegvaagt. In het script mengt hij Moby Dick van Melville met brokstukken Kafka, Baudelaire, Shakespeare en Victor Hugo. Maar, net als bij de 14 Récitations, wordt de tekst niet op muziek gezet, de tekst is muziek. De tekst versterkt de muzikale roes. De zangers zetten een krachttoer neer en worden daarbij geholpen door een tiental musici en door de ingenieuze inzet van video en scenografie (gecreëerd door de Filmfabriek).
Zang, spel, muziek, elektronica, video, licht en scenografie worden in deze opera tot één geheel gesmeed. Zoals Le Figaro schreef: ‘C’est l’union parfaite de tous les moyens d’expression qui fait d’Avis de tempête une œuvre d’art totale.’
Programmatoelichtingen
_Ik had boven alles de indruk dat, wat ook het snelle, jachtige ding was waar ik op stond, niet naar een haven dreef, maar eerder weggejaagd werd van alle mogelijke havens. Een heftig, benauwd doodsgevoel overviel me. Mijn handen grepen krampachtig naar het roer, met de absurde inbeelding dat het roer, op de een of andere bovennatuurlijke manier, omgekeerd was. _
Herman Melville, Moby Dick
Alvorens één noot van zijn opera _Avis de Tempête_ op papier te zetten stuurde Georges Aperghis een boodschap naar al zijn medewerkers -de librettist, de videasten, de zangers, de informatici, de dirigent, de scenograaf, de muzikanten: “un opéra qui _soit_ une tempête” (een opera die een storm _is_).
Hieronder volgen enkele tekstfragmenten die sindsdien circuleerden.
...stormen...Opbouwen-vertellen. Vervolgens verstoren-uitwissen. Storm in de geest, in de teksten, in de muziek. De instrumenten, de stemmen, de electronische klanken schrijven, wissen, schrijven, wissen, ieder op zijn beurt, als een lange, diepe ademhaling. Zoals een verhaal steeds weer opnieuw begonnen. Het centrum van de voorstelling verstoord door interne wrijvingen. Moby Dick, Koning Lear, de mens als bliksemafleider: allegorieën van de mentale storm die de tekst verscheurt en de voorstelling van binnenuit openrijt. Ook verstolde stormen. Een nieuwigheid van onze tijd. Verticale stormen –bijna in rust- maar veel afschrikwekkender dan gedonder op het platteland.
(Georges Aperghis)
...electronische cut-ups...Toen Georges Aperghis het thema van de ontregeling aansneedt, van het virus –allegorieën van de storm- dacht ik, zijn werk kennende rond de stem en het woord, onmiddellijk aan het proces van de _cut-up_. Deze techniek is op de kaart gezet door de Amerikaanse schrijver William S. Burroughs (wiens stem in een bepaalde sequentie te horen is!) en verfijnd door hemzelf en Brion Gysin. De _cut-up_ bestaat erin een tekst te herschikken door ze in stukken te knippen en ze daarna op een willekeurige manier weer samen te voegen. De bedoeling hiervan is nieuwe betekenis te reveleren of toe te kennen aan een tekst. Hoe deze _cut-up_ techniek nu om te zetten met behulp van de informatica ? Het meest voor de hand liggende proces leek mij dat van de _granulaire synthese_ te zijn waarvan de theoretische fundamenten door de onderzoeker en componist Curtis Roads gelegd werden. Deze techniek laat toe een klankfragment op te delen in duizendsten van seconden. De korrels die hierdoor ontstaan kunnen vervolgens op een willekeurige manier herschikt worden tot een complex geluidsobject. Door het uitrekken van deze korrels tot de duur van een seconde wordt de granulaire synthese een volwaardig hulpmiddel van de compositie, een echte digitale _cut-up_.
(Sébastien Roux)
...walvistekst...Hoe antwoorden op zijn vraag iets te schrijven over storm, in functie van een voorstelling in wording ? Over _de_ stormen, over _alle_ stormen? Hoe is dat weefsel van woorden ontstaan, dat wij onder elkaar onze walvistekst noemen? Wat mijn bijdrage betreft (alvorens hij er lussen, herhalingen, lettergrepen en gebeeldhouwde fonemen aan toevoegde, zelfs enkele van hier en daar verzamelde tekstfragmenten, Kafka, Shakespeare,...), dit is wat er gebeurde.
Zoals Sheherazade, wiens toekomst besloten lag in een opeenvolging van verhalen, spreekt een stem, die van een verteller, tot jou. Deze stem verzint geen fictie waarmee ze je probeert te onderhouden om je vast te houden: ze manipuleert ze, ze leent ze (voornamelijk van Melville) en becommentarieert ze zonder ophouden. Steeds weer herhaalt ze de glossen, die allen draaien om het lezen, om de act van het lezen als een profetie of een voorspelling van de toekomst, als een blootstelling aan een onwaarschijnlijke gebeurtenis, onvoorspelbaar en ‘onvoorleesbaar’, waarvan de beeltenis de storm is en zijn verschillende hoedanigheden (onweer, cycloon, stortvloed...)
(Peter Szendy)
...van de ene wereld in de andere...Wij zijn allemaal doordrongen van vloeistoffen, geluiden, beelden, informatie. Het wordt heel moeilijk om ergens bij stil te staan.
De electronica laat me bewust te worden van de staat van eeuwige transitie, van het springen van de ene wereld in de andere. Een abstracte klank verandert in de stem van een acteur, een foneem verandert in stromend water, een personage wordt in stukken gehakt en ergens anders opnieuw samengesteld. Ik werk aan twee electronische werelden, een harmonisch universum opgebouwd uit onreine octaven en een universum van miniscule, versterkte ruisklanken die groeien en alles met zich meesleuren.
De electronica is er om het ensemble te destabiliseren maar ook om het weg te vagen zoals een echte storm dat zou doen, op het ensemble vooruitlopen, het overrompelen.
In het aangezicht van de storm wordt alles klein, belachelijk.
(Georges Aperghis)
...in de zondvloed... De stem leest, interpreteert en vertaalt fragmenten waaronder twee verhalen van Melville die als rode draden met elkaar verweven zijn, elkaar onderbrekend en naar elkaar verwijzend: het korte verhaal getiteld _De Bliksemafleider-Man_ en de grote roman _Moby Dick_. In het verhaal laat diegene die aan het woord is en die zegt “ik” niet alleen de tekst over een losbarstende storm ontstaan, maar ook, in zich zelf, een kern van inzicht dat hem overspoelt en buiten zichzelf werpt: verdreven door de zondvloed.
Uit de roman komen zijn daarentegen ontelbare scènes geleend die het lezen voorstellen als wegdrijven, het anker verliezen, openscheuren, waarbij, paradoxaal genoeg, de voorspellingen en de voortekens werkelijkheid worden en zo elke hoop de kop indrukken. Tot op het punt dat, wanneer alles voorbij is en er niets meer te redden valt, er iets gebeurt dat vrij spel lijkt te hebben: alles herbegint, alsof het tekst-monster, tot in het oneindige herwerkt en van aantekeningen voorzien, een tekstballon uit zich heeft laten ontsnappen. Dat wat hier gebeurt is herhaling, het buitengewone.
(Peter Szendy)
...te vatten...Een onwaarschijnlijke en steeds weer verrassende karakteristiek van de muziek van Georges Aperghis is het contrast tussen de helderheid van de partituur en het overvloedig, levendig en organisch klinkend resultaat. Bij het openslaan van een partituur kan men bijna de geur van het houten bureau opsnuiven waarop ze is ontstaan, stap voor stap, noot per noot en in een compact maar zeer nauwkeurig handschrift.
De eenvoud, de transparantie en de strengheid kunnen voor de muzikanten een onmogelijke opgave zijn, maar niets is minder waar. De hele partituur is zo opgezet dat de muzikant er zich in vastbijt. Alles zet aan tot het leven geven aan de partituur.
De dieper liggende grond is dat zijn composities, zelfs de meest instrumentaal-idiomatische, in de eerste plaats, vocaal gedacht zijn.
(Georges-Elie Octors)
...spectrum en geraamte...Deze opera is een gemengd werk, samengesteld uit een akoestisch gedeelte voor instrumenten en stem en een electronische gedeelte. Dit laatste deel is opgebouwd uit sequensen die vooraf werden uitgewerkt en zo de instrumentale schriftuur gevoed hebben. In de loop van het werk worden deze sequensen opgeroepen om de partituur te markeren als een contrapunt van klankkleur en ruimte. Het wijzen op de disfunctie via het transformeren van de instrumenten en de stemmen was voor Georges Aperghis dé manier om het wezen van de storm via het medium van de electronica te vertalen. Georges heeft daarop een lijst van onderzoeksthemata opgesteld, poëtische beelden van algoritmen: het virus, het geraamte, de verrijking van de klankkleur, de notie van het verticale, de octaaf, het toevoegen van harmonieken. Op dit vocabularium heb ik me gebaseerd om informatica te ontwikkelen, _stormmachines_, een persoonlijke invulling van de assen door Georges voorgesteld.
(Sébastien Roux)
...bliksemafleider...Voor _Avis de Tempête_ hebben we een video-installatie ontworpen, boven en rond de muzikanten en zangers, om ze als het ware te beschermen tegen een vijandige wereld. Zeven schermen, waarvan de structuur is geïnspireerd door de windvlieger van Benjamin Franklin, zijn opgehangen rond een toren boordevol electronica. Deze toren doet denken aan een bliksemafleider maar ook aan een grote antenne die de aandacht naar één punt afleidt. Voor de eerste wereldoorlog werden deze windvliegers gebruikt voor spionage: de schermen op de scène van _Avis de Tempête_ verwijzen hiernaar en stellen zo een echte ‘observatie-machine’ voor die alle handelingen en bewegingen van de uitvoerders opneemt, vanuit alle mogelijke hoeken. De zangers worden stuk voor stuk gegijzeld en geprojecteerd naar verschillende virtuele omgevingen. De handelingen van de zangers worden gedicteerd door de video-installatie die hun omringt en die ze zelf bewonen.
(Peter Misotten en Kurt d’Haeseleer)
...virus...Ook de typische klank van de digitale fout was een domein dat geëxploreerd moest. De notie van het digitale virus was al verkend door artiesten als Yasunao Tono, voormalige lid van de Fluxus beweging. Deze werkte met geluiden voortgebracht door leesfouten van de CD-speler. Hiervoor werden CD’s bekrast en met plakband geprepareerd. In het begin van de jaren negentig vindt men deze sonoriteit van de digitale klik, de echte signatuur van de electonica beweging, terug bij Oval. Het leek mij essentieel om deze klank van de digitale fout op samples van de instrumenten over te zetten, alsof een virus het hart van de klank penetreert.
(Sébastien Roux)
Uit het libretto van Avis de Tempête is een boek ontstaan: Peter Szendy, _Les prophéties du texte-Léviathan. Lire selon Melville_, Éditions de Minuit, 2004 (met een voorwoord van Georges Aperghis)
GALLERY



CAST & CREDITS
- Peter Szendy, Libretto
- Georges-Elie Octors, Conductor
- Lionel Peintre, baritone
- Dirk Descheemaeker, bass clarinet
- Jean-Luc Fafchamps, keyboard
- Tom Pauwels, electric guitar
- Jean-Luc Plouvier, keyboard
- Philippe Ranallo, trumpet
- Peter Missotten -de filmfabriek, Stage and light design
- Emilie Morin, Direction assistant


