A WALK INTO THE FUTURE
A WALK INTO THE FUTURE

Ilan Volkov,
voormalig chef-dirigent van het BBC Scottish Orchestra en bezieler van het trans-stilistische ‘Tectonics’ festival, is een echte energiebom - en een muzikale omnivoor. Experimentele muziek, klassiek of underground: niets is hem vreemd, hij voelt zich in elk genre thuis. Samen met de musici van Brussels Philharmonic en Ictus bedacht hij een heuse ‘science fiction’-avond, die een wilde trip belooft tussen de duizelingwekkend diepe kosmos en heerlijke futuristische kitsch.
Cassandra Miller
is geboren in 1976 in Canada, en woont vandaag in Londen. Zij studeerde compositie bij Christopher Butterfield, Richard Ayres en Michael Finnissy. Ze is een componiste, van wie u gegarandeerd nog zal horen! Zo gaf het Brussels Philharmonic haar recentelijk een opdracht om een nieuw werk te schrijven. The Guardian vermeldt haar werk bij beste klassieke muziekwerken van de 21e eeuw, terwijl de New York Times haar muziek beschrijft als lieflijk, licht surrealistisch.
Cassanra Miller’s muziek lijkt de werking van ons geheugen na te bootsen: wat gebeurt er als een vage, breekbare maar lichtgevende muzikale herinnering zich in lussen een weg door ons bewustzijn baant. Haar creatief proces is gebaseerd op de techniek van transcriptie en nabootsing: een muzikaal element wordt onderzocht, getranscribeerd, getransponeerd... en tenslotte vervormd.
ROUND (2017)
Round is geschreven voor groot orkest, met vier trompetten die spelen van op de balkons. Het werk werd gecreëerd in 2016 door het Toronto Symphony Orchestra. "De hier gebruikte melodie is een replica van de door de Catalaanse cellist Gaspar Cassadó opgenomen uitvoering van Tsjaikovski's Valse Sentimentale. De transcriptie geeft Cassadó's onnavolgbare stijl van tempo en frasering weer," schrijft Cassandra Miller. Over Round citeert zij ook een paragraaf uit Gilbert Rouget's "Musique et Transe":
Wanneer moeders hun slapeloze kinderen in slaap willen krijgen, brengen ze hen geen onbeweeglijkheid maar beweging, want ze wiegen hen onophoudelijk in hun armen; ze brengen hen geen stilte maar melodie... De reden hiervoor, zegt Plato, is dat "het lijden van beiden, kort gezegd, angsten zijn; angsten die voortkomen uit een gebrekkige aanleg van de ziel". Wanneer een uitwendige impuls aan dit soort lijden wordt toegebracht, overwint de uitwendige beweging de innerlijke beweging van angst en dwaasheid, en brengt daardoor een duidelijke kalmte in de ziel teweeg en een einde aan de pijnlijke hartkloppingen.
TOM DE COCK en GERRIT NULENS
De Cock (°1982) and Nulens (°1972) zijn beiden percussionist bij het Ictus ensemble. De 'micro-percussie' werd door Tom De Cock ontworpen, met steun van het onderzoeksfonds PDR-FRAt, als een complete percussie-kit die op een tafel past en in een koffer mee op reis kan. De versterking gebeurt met enkele contactmicrofoons. In 2018 benaderde choreograaf Noé Soulier Ictus om mee te stappen in een onderzoek over de relatie tussen muziek en beweging, wat resulteerde in de dansvoorstelling WAVES. Samen met Soulier experimenteerden De Cock en Nulens met collectieve compositie, gebaseerd op een lexicon van korte muzikale en gedanste "frasen". Alle frasen verwijst naar drie specifieke handelingen: slaan, gooien en ontwijken. "Het is lang geleden dat we zoiets wonderlijks, aparts, vreemds en nieuws in de hedendaagse dans hebben ontdekt," schreef Wiebke Hüster in de Frankfurter Allgemeine Zeitung over deze voorstelling. De zuiver instrumentale versie van vanavond is speciaal voor dit concert ontwikkeld.
Øyvind Torvund
is geboren in 1976 in Porsgrunn, Noorwegen. Naast zijn studies klassieke muziek in Oslo en Berlijn, speelde hij gitaar in rock- en improvisatiebands. In zijn muziek komen ongelijksoortige materialen samen: de geluiden van rock, de natuur en het dagdagelijkse leven gaan hand in hand met een verfijnde schriftuur. In een weloverwogen mix van ernst en humor waarin het "edele" en het "afval" elkaar raken worden categorieën opengebroken en gewoontes in vraag gesteld. "Contrasten, juxtaposities en radicale tegenstellingen interesseren me omdat ik geloof dat er veel broeit onder de muzikale oppervlakte, dat er veel onbewuste krachten zijn die onderzocht kunnen worden.".
A Walk into the Future,
voor orkest en gesampelde geluiden, werd gecomponeerd in 2019. Het is het tweede deel van een dyptiek, Two Symphonic Poems, in opdracht van en gecreëerd door de Oslo Philharmonic. Zoals in elk zichzelf respecterend symfonisch gedicht, beschrijft de muziek de ontmoeting van "grote mannen" en "grote landschappen". Maar een vreemd modernisme werpt een schaduw over het verhaal – een soort van 'retro-futuristisch' modernisme, gezien door de ogen van een kind. De componist spreekt er in opzettelijk naïeve bewoordingen over: "Een eenvoudig, kinderlijk idee: een trommelmars begeleid door een fluitmelodie - een voettocht! Onderweg komen de wandelaars abstracte vormen tegen, robots, naast veel vreemde en onbekende zaken. De wandelaars stralen van de ‘positive attitude’, maar de toekomst die voor hen ligt, stemt niet bepaald vrolijk."
Georg Friedrich Haas
werd geboren in 1953 in Graz, Oostenrijk. Hij studeerde compositie bij Gösta Neuwirth en Friedrich Cerha (de "Oostenrijkse Ligeti"). G.F. Haas heeft een heel eigen geluid ontwikkeld, geïnspireerd door het Franse spectralisme, de muziek van Giacinto Scelsi en de microtonale theorieën die Ivan Wyschnegradsky in de jaren dertig ontwikkelde. Haas wil "het geluid als zodanig componeren", het behandelen als een massa of als een stroom, om dramatische effecten te bereiken. Hij gebruikt niet-getempereerde intervallen ("microtonen") om de harmonie te vervagen, te kleuren, helderder of ondoorzichtiger te maken naar gelang van zijn expressieve behoeften. Evenals Scelsi voor hem maakt ook Georg Friedrich Haas gebruik van de "akoestische beatings" die door zeer nabij liggende frequenties worden voortgebracht om een effect van zwaartekracht en diepte te creëren, dat onweerstaanbaar de grote kosmische ruimten oproept. Zijn werk kan dan ook geplaatst worden in de traditie van Alexander Scriabin, met een gelijkaardige transcendente ambitie. In 2016 creëerde Haas een radicale en verbazingwekkende opera, Koma, waarvan het hele laatste deel in totale duisternis wordt uitgevoerd. De luisteraars worden uitgenodigd om zich te identificeren met een vrouw die geleidelijk in een staat van klinische dood vervalt, terwijl de muziek langzaam vertraagt tot volledige stilte.
CONCERTO GROSSO Nr. 2 (2014)
Het "concerto grosso" is een barokke vorm, ontstaan aan het begin van de 18e eeuw, waarin een orkest en een groep solisten, "concertino" genaamd, samenspelen (in plaats van een enkele solist, zoals in het klassieke concerto). De bekendste van de concerti grossi zijn de Brandenburgse Concerten 2, 4 en 5 van J.S. Bach.
Het "concertino" is hier samengesteld uit vijftien solisten: musici van het Ictus ensemble en vier musici van het Brussels Phiharmonic (fagot en koperblazers). Een groot deel van het werk is obsessief gebaseerd op de grondtoon 'C', onbeweeglijk en bevroren als een marmeren zuil - die zowel doet denken aan Gérard Grisey's Espaces Acoustiques als aan de experimenten in de drone-muziek. Maar de onbeweeglijkheid wordt in vraag gesteld en uiteindelijk overwonnen door het innerlijke leven van het geluid, zijn "turbulentie". Om deze turbulenties binnen dat Ene tot uitdrukking te brengen, worden allerlei technieken ingezet: kwarttonen, zesde tonen en twaalfde tonen (elke solist heeft een elektronische stemapparaat voor zich staan), improvisaties op boventonen, gebruik van verschillende gelijktijdige tempi, hoteldempers voor de strijkers, en zeer gedifferentieerde kwaliteiten van vibrato en van herhaalde noten. Het werk werd gecomponeerd in opdracht van BBC Radio 3. Het werd gecreëerd door Ilan Volkov op het Tectonics Festival 2014.
GALLERY





