ICTUS
Tom De Cock, Annie Lavoisier, Jean-Luc Fafchamps, Tom Pauwels, Georges-Elie Octors

A History of Synchronicity (Liquid Room IV)

A History of Synchronicity (Liquid Room IV)
2012

14 maart 2013, Kaaitheater, Bussel |Ictus & Xavier Le Roy

De Brusselaars kennen intussen het principe van deLiquid Room van Ictus. Een zaal zonder stoelen waarin het publiek vrij kan bewegen, naar believen wandelend van de zaal naar de bar en weer terug. Het publiek loopt in en uit, schakelt tussen passief horen en geconcentreerd luisteren en creëert zijn eigen parcours doorheen de ruimte en de muziek. Spontane creaties worden afgewisseld met uitvoeringen van bestaande composities. De ene muziek vloeit uit de andere voort terwijl de muzikanten vanop vier verschillende podia actief zijn. Samen met het rijkelijk versterkte geluid, de uitgekiende belichting en discrete regie zorgt Liquid Room voor de ideale omgeving om te experimenteren met muzikale genres en formats.

De vierde editie van Liquid Room, die op 14 maart in het Kaaitheater plaatsvindt, staat in het teken van de synchroniserende kracht van geluid en muziek. De onweerstaanbare energie van de scanderende massa, de bezwering van een perfect uitgevoerd unisono, de plotse transitie van klinkende chaos naar gemeenschappelijke ademhaling, ze gehoorzamen aan commando’s van puls en toon. Met medewerking van Vlaams componist Paul Craenen – groot kenner van de geschiedenis van het instrumentale theater en de 'muzikale handeling' - gaat Ictus op zoek naar recente en iets minder recente muziek waarin gelijktijdigheid intens klinkt en een muzikale thematiek van het ‘samen’ hoorbaar wordt.

Hieronder een aantal notities rond het programma, niet noodzakelijk in volgorde (geen nood: de titels van de afzonderlijke stukken worden tijdens Liquid Room geprojecteerd op scherm!)

HET UUR NUL

Voorafgaand aan elke synchronisatie is er sprake van ontmoetingen, van veelheid aan stemmen en geluiden. De eerste ontmoeting is a capella: de stem van Billie Holliday opent deze _Liquid Room_, ze komt later in de voorstelling terug. Bijna tegelijkertijd brengt Georges-Elie Octors een uitvoering van_ You Blew It,_ een briljant stukje sonore poëzie van Christian Wolff (1934-99) uit zijn _Prose Collection_, een verzameling instructies die tegelijk strikt zijn en een brede interpretatie toelaten. Wolff nodigt daarin uit om muziek te creëren met stenen, takken, gefluit, woorden,… vanuit het perspectief van een ‘nultijd’, een opschorting van elke structurering van de tijd.

Luc Ferrari’s ‘_Chicago USA. A rehearsal for a concert’,_ vormt vervolgens het perfecte decor om te starten met een half-open vorm waarin het ‘naast elkaar‘ de volle ruimte krijgt. _Chicago USA_ is een collage van field recordings, opgenomen stemmen en elektronische geluidsmanipulaties, anekdotisch en schijnbaar meanderend zonder bestemming maar wel met een overtuigende innerlijke logica. Ondertussen presenteert choreograaf Xavier Leroy fragmenten uit zijn beroemde solo _Self-Unfinished _(1998). Voeg daar nog een walking bass van Ictus-gitarist Tom Pauwels aan toe, en alle ingrediënten zijn aanwezig voor een veelgelaagde opener die balanceert tussen sync en chaos, tussen letterlijkheid en suggestie van klank, woord en muzikale geste.

AMORES

Lou Harrison over _Amores_ (1942) van John Cage: "De muziek van Cage bereikt hier een maximum aan persoonlijke uitdrukking in elk van zijn elementen, als een laatste stuiptrekking van een Romantische periode. Hij beheerst hier een merkwaardige en overtuigende vorm van een rapsodisch ritme, intiem en vrij…". Uit dit vierdelige werk brengt Ictus de twee delen voor een trio van slagwerkers. Punctuele, fragmentarische muziek die  tegelijkertijd organisch aanvoelt en op een quasi onmerkbare en elegante manier telkens opnieuw synchroniseert, zonder al te veel kamermuzikale geste, met een vanzelfsprekend gemak.

XAVIER LE ROY IN SYNC

Sinds vele jaren exploreert de Franse choreograaf Xavier Le Roy de relaties tussen het zichtbare en het hoorbare, tussen het presente lichaam en het gerepresenteerde, tussen het klank producerende lichaam en klinkende muziek. Daarbij maakt Leroy dikwijls gebruik van mimetische technieken die de intuïtieve relaties tussen het hoorbare en het zichtbare op een subtiele manier ontregelen. Bewegen om klank te maken of klank die het lichaam in beweging zet, of beide tegelijk: Le Roy exploreert alle mogelijke variaties en heeft er een uniek repertoire rond opgebouwd. Dat hij daarbij een bijzondere aandacht heeft voor het lichaam in de hedendaagse muziek (producties met muziek van o.a. Helmut Lachenmann en Bernhard Lang), maakt hem de gedroomde sparring partner om de thematiek van deze _Liquid Room_ te belichten vanuit de blik van de performer of de choreograaf.

Fragmenten uit recente en minder recente producties passeren de revue:

-fragmenten uit _Self Unfinished_ (1998), waarin ‘klank en beweging’ geproduceerd door hetzelfde lichaam een eenheid vormen.

-een fragment uit zijn recente _Low Pieces _(2011), oorspronkelijk voor 9 dansers, hier in soloversie, waarbij het lichaam van de choreograaf gehoorzaamt aan de geluiden van een printmachine  die hij op een koptelefoon beluistert, maar die op het eind ook voor het publiek hoorbaar worden.

-Een karaoke-versie voor danser/dirigent van _Le Sacre du Printemps._ Leroy, zelf geen muzikant, heeft hiervoor de gestiek van Simon Rattle aan het hoofd van de Filharmonie van Berlijn minutieus onderzocht en geïncorporeerd in een performance die de vraag oproept waar we naar kijken en luisteren: gedirigeerde muziek of muziek die het lichaam bespeelt?

-Een uitvoering Helmut Lachenmann’s cultwerk _Pression_ (1968) voor cello solo, hier voor lichaam alleen!

FURRER CON FUOCO

_In Presto con fuoco_ (1997) van Beat Furrer zitten fluit en piano elkaar dicht op de huid. De pianist speelt aanvankelijk een soort van morse-code, de fluit lijkt van heel dichtbij te decoderen in een gejaagd, nerveus parlando. Anticipaties en reacties volgen elkaar op, gedempte en percussieve geluiden worden heen en weer gekaatst. Het speelveld lijkt te klein, de instrumenten sleuren elkaar mee in een steeds complexer wordend contrapunt. Tot de bewegingen van de pianist het hele klavier bestrijken en de fluit een reeks van ijle, schrille kreten slaakt. Daarna rest alleen nog de mutatie: pianoachtige en fluitachtige substraten die uiteindelijk oplossen in stilte.

De onderhuids woekerende onrust, de ingehouden toon con fuoco zijn typerend voor het werk van Furrer. Of zoals hij het zelf verwoordt:

“de echo van de wereld, en in het bijzonder van de lawaaierige gebeurtenissen, moet op zichzelf niet luidruchtig zijn om die gebeurtenissen exact te registreren. Op dezelfde manier kan kunst raak en gevat reageren op een vijandige wereld zonder zelf agressieve allures aan te nemen”.

PIANOSPELEN MET BILLIE & ARNOLD

Nog intiemer wordt de toenadering in de reeks _‘Voices and Piano’_(1998- ) van Peter Ablinger. Pianospel synchroniseert naadloos met de articulatie, de frasering en het spectrale verloop van historische stemopnames van uiteenlopende personaliteiten uit de twintigste-eeuwse geschiedenis. Tijdens _Liquid Room _vormen de stemmen van Billie Holiday en Arnold Schönberg een duo met de piano. Er ontstaat een nieuwe realiteit waarin noch de piano, noch de stem de leiding heeft. Via intieme synchronisatie lijken spraak en muziek hun akoestische identiteit in vraag te stellen. Spreekgezang van woorden die muziek worden of een piano die zich een stem toe-eigent.

IN DE DERDE PERSOON

De Deense componist Simon Steen-Andersen ontwikkelde in 2009 een eerste versie van zijn _‘Self-Simulator’, _een mobiel instrument waarbij de gebruiker zich via een videobril en een webcam vanop de rug ziet bewegen als een soort ‘derde persoon’. Uiterst gevoelige microfoons, klankeffecten en een koptelefoon zorgen voor een algehele ontregeling, een desynchronisatie van lichaam, waarneming en omgeving. Voor _Liquid Room_ #4 ontwikkelt Steen-Andersen samen met Jasper Braet een nieuwe, verbeterde versie van zijn _Self-Simulator._ Videoprojecties van de twee self-simulators binnen en buiten de zaal vormen een rode draad doorheen de avond. Individuele bezoekers krijgen de kans om zelf één van de self-simulators uit te testen.

RADIGUE: Σ=a=b=a+b

Het werk van Eliane Radigue, voormalig assistente van Pierre Henry, staat sinds enkele jaren opnieuw in de belangstelling. Haar pionierswerk met drones (lang aangehouden tonen) en sonore microfenomenen, brachten haar in 1970 in contact met La Monte Young en Alvin Lucier tijdens een verblijf in New York. Datzelfde jaar creëerde ze met _face a3_ een interactieve klankinstallatie, lang voor er sprake was van een discipline als ‘klankkunst’. Bezoekers konden aan de hand van twee platenspelers de vier zijden van twee 45-toerenplaten naar believen combineren op verschillende snelheden: 78, 45, 33 of 16 toeren per minuut. Het klankmateriaal bestaat uit gemanipuleerde feedbackgeluiden, de willekeurige superposities klinken als een steeds variërend, broeierig klanklandschap dat refereert aan nachtgeluiden, aan dierlijke maar ook mechanische aanwezigheid. Ictus kon beslag leggen op een exemplaar van dit collector’s item en brengt een uitvoering op twee platenspelers.

ROOTSMUSIC : BALLET MECANIQUE

Een geschiedenis inderdaad. Een selectieve historiek van de muzikale fascinatie voor klinkende gelijktijdigheid. Als klap op de vuurpijl wordt een eigentijdse versie opgevoerd van _‘Ballet Mécanique’_ (1924) het multimediale experiment van de Amerikaanse componist George Antheil en de schilders/cinematografen Fernand Léger en Dudley Murphy. De beeldtaal ademt de geest van het dadaïsme en futurisme van het begin van de twintigste eeuw: simultane poëzie, aaneenschakeling van beelden waarbij het fragmentaire en de totaliteit domineren, zonder narratieve structuur. Léger: “Geen scenario. Een opeenvolging van geritmeerde beelden, dat is alles […]. We gaan door tot het oog en de geest van de toeschouwer het niet meer aankunnen”. Eenzelfde drang naar saturatie typeert de instrumentatie van de muzikale compositie. Zestien automatische piano’s, vliegtuigpropellers, sirenes, acht bellen, xylofonen en een uitgebreide percussie-sectie. Antheil, de zelfverklaarde _‘Bad Boy’ _van de westerse muziek, karakteriseerde zijn magnum opus als “soms koud en glimmend, soms brandend als een elektrisch vuur”. Of ook: “met _Ballet Méchanique_ presenteer ik u voor de eerste keer een muziek met de hardheid en schoonheid van een diamant”. Maar niets liep zoals gehoopt: de vooropgestelde zestien mechanische piano’s bleken niet synchroniseerbaar en werden teruggebracht tot één exemplaar, tijdens de première werden de pruiken van de toeschouwers op de eerste rij afgerukt door het geweld van de propellers, de sirenes stopten niet op bevel: totale chaos. Bovendien zorgden onderlinge verschillen in lengte ervoor dat de film en de muziek decennialang een eigen leven leidden. Pas eind jaren negentig werd een poging gedaan om de oorspronkelijke intentie, een gesychroniseerde uitvoering van beeld en klank, mogelijk te maken. Tijdens _Liquid Room 4_ wordt een alternatieve versie gepresenteerd waarin zowel de kracht van de autonome muziekuitvoering als de combinatie van film en muziek een kans krijgen. De zestien automatische piano’s worden vervangen door synthesizers, maar voor het overige zorgt Ictus voor een uitvoering die heel dicht in de buurt komt van het originele plan van Antheil. Uit de film van Léger worden zeven minuten geselecteerd die op een minimale wijze worden gemonteerd om tot een symbiose van klank en muziek te komen. De repetitieve, non-narratieve beelden en onverwachte cuts, ze lijken op één of andere manier steeds wonderwel ‘in sync’ te zijn met het stuwende, theatrale ‘ballet’ van mechanische instrumenten, propellers, sirenes en slagwerkinstrumenten.

SAMEN ADEMEN

Voor muzikanten in een muziekensemble is de onderlinge synchronisatie tijdens het musiceren zo vanzelfsprekend, dat gelijk-tijdigheid alleen maar een thema kan worden door een verheviging van dat 'samen'. Zoals in _‘Freude‘_ (2005), één van de laatste composities van Karlheinz Stockhausen. De stemming van de instrumenten, maar vooral ook het spel en het gezang van beide harpistes worden zo precies op elkaar af-gestemd dat geen duo weerklinkt, maar wel één ademend, engelachtig wezen met twee hoofden en één stem.

TOM JOHNSON

De instrumenten van een orkest kunnen samenklinken als één grote machine, maar het kan ook omgekeerd. De reeks _‘Tileworks’_ van Tom Johnson is een collectie van composities voor melodische orkestinstrumenten solo. Wiskundige principes vormen het uitgangspunt voor een extreme vorm van schijnpolyfonie. De uitvoerder stapelt ritmische patronen boven elkaar en wel op zo’n manier dat de tonen van de afzonderlijke patronen op geen enkel moment samenvallen, maar bij elkaar opgeteld wel als een aaneengesloten reeks weerklinken. Eerder dan een formalistische constructie, heeft de uitvoering iets weg van een muzikale acrobatie. De uitvoerder wordt een muzikale jongleur die zoveel mogelijk patronen tegelijk in de lucht probeert te houden en de luisteraar uitdaagt om dat proces zover mogelijk mee te volgen.

REICH IN SPACE

_Four Organs_ (1970) is een compositie die een bijzondere plaats inneemt in het oeuvre van Steve Reich. Compromisloos in uitgangspunt en uitwerking zoals zijn experimentele werk uit de jaren zestig, maar ook al met een hoorbare aandacht voor de harmonische beweging en stemvoering die zijn composities van de latere jaren zeventig kenmerken. Het materiaal bestaat uit een metronomische puls van de maracas en één samengesteld akkoord dat door vier organisten eerst synchroon en in een obsessief staccato wordt herhaald. Stelselmatig worden afzonderlijke tonen van het akkoord iets langer aangehouden of iets vroeger ingezet dan andere. In een gradueel proces wordt het pulsmatige akkoord langzaam opengerekt en ontrafeld tot een ononderbroken, harmonische sequens van tonen die zich steeds meer aan de zwaartekracht van de puls lijken te onttrekken. _Four Organs_ is op het lijf geschreven van de_ Liquid Room_ set-up: vanop de vier podia tegelijk brengen vier elektrische orgels en maracas de ruimte tot vibratie, om uiteindelijk op te lossen in een kosmische stilte, in de ‘nultijd’ van Christian Wolff waarmee deze Liquid Room begon.

Aarzel niet de muzikanten aan te spreken naar aanleiding van dit concert! Neem geen plooistoelen mee (er zullen kartonnen zitjes voorradig zijn)! Noteer ook alvast de volgende hybride _Liquid Room_ in maart 2014 waarop drie specialisten voor middeleeuwse muziek Ictus zullen vervoegen voor een avond in ‘mezza voce’ rond het thema van het ‘Geheime’.

*Voor Ictus,
Jean-Luc Plouvier
Paul Craenen*

GALLERY

Gallery image 1
Gallery image 2
Gallery image 3