Maximum Efficiency
✕Maximum Efficiency
✕
De voorstelling heet Maximum Efficiency naar de gelijknamige titel van het eerste werk. Het geheel duurt een 40-tal minuten maar kan zich in loop van de tijd nog verder ontwikkelen.
Het voorkomen van de acteur of actrice is eerder ernstig, telegeniek en richt zich tot het publiek. Het decor is lichtjes fout en ouderwets: plastieken bloemen, een neutraal bureau, koele belichting,...
De muzikanten spelen geconcentreerd als goed gesmeerde bolides, maar bescheiden en wanneer mogelijk licht van elkaar verwijderd.
De volgorde van stukken is nog zuiver hypothetisch. Elke werk is een autonome actie, zoals in een circus of in een gepopulariseerde wetenschappelijk uitzending. Ik zou graag beginnen met Maximum Efficieny omdat de tekst bij de legende duidelijk verwarring schept (zie volgende paragraaf). “Eggs and Baskets”, waarbij twee muzikanten tot het uiterste van hun kunnen gaan, sluit het programma af.
De volgorde zal echter tijdens het repetitieproces komen vast te staan.
(de toon wordt gezet, pop-minimalisme)
Maximum Efficiency, 1991, 7', voor fluit, basklarinet en basgitaar
Ingeleid met de woorden : " Most music is inefficient. It uses more ideas than necessary, takes more time than necessary, requires more performing energy than necessary (...) and generally does not provide a good model for modern society with high productivity". De muziek: drie instrumentisten, waaronder één electrisch basgitaar, spelen zo luid en snel mogelijk één noot naar elkaar terug, het resultaat doet denken aan de muziek van “Andriessen”.
(zoals gezien op de televisie)
Bed Times Stories, 1985, 12’, klarinet
In dit werk is de dialoog tussen acteur en instrument het meest intens: de muziek illustreert hier onvermoeibaar kleine en banale verhaaltjes uit het dagelijkse leven. Niet expressief, enkel de naakte analogieën en logische problemen: hoe drie koppels aan eenzelfde tafel kunnen zitten, een ladder bestijgen, zo snel mogelijk boodschappen doen in 4 winkels, enz.
De indruk van overbodigheid tussen tekst en muziek is lachwekkend. Met succes gebracht in Strasbourg (Musica, 1998)
(de schoonheid van het getal)
Tile Work voor fluit, 2003, 10
Muzikaal gezien het meest interessant werk. Analoog met de problemen in de Arabische kunst: hoe volledig een oppervlakte te dekken met 2 of 3 motieven? De solist stelt hier kleine gesyncopeerde motieven voor (enkele in een hoog register, andere in een laag register) die daarop met elkaar gecombineerd worden in complexe ostinato structuren (een opeenvolging van zestiende noten). De met elkaar verweven motieven blijven hoorbaar dankzij de extreme tessituren: een virtuele polyfonie tot klinken gebracht door één solist. Adembenemend.
De acteur op zijn/haar beurt stelt elke combinatie voor, op een ietwat nerveuze manier, « op de tel », in een droge rap stijl, om de uitvoerder uit te dagen: ziehier motief 1 ! en nu 3 ! en 1 en 2 geeft...! 1 en 2 en 3 klinkt als volgt...enz.
(flabbergasting virtuosity)
Eggs & Basket, 1987, 12' voor fluit en klarinet
Hoe eieren te verdelen in twee manden. De ‘hyper-analogie’: één ei in mand 1 staat gelijk aan één noot van de klarinet, een ei in mand 2 staat gelijk aan één noot van de fluit. Op het einde krijgen we alle distributiemogelijkheden tussen 2 muzikanten en 6 noten van een korte toonladder te horen: een snelle hoketus en super-virtuoos. De twee muzikanten moeten, als in stereo, zo ver mogelijk van elkaar staan, zonder ritmische controle te verliezen.
Dixit Johnson
Als men mij vraagt mijn muziek te omschrijven verklaar ik ze als een reactie op een romantisch en expressionistisch verleden. Ik leg uit dat ik iets objectiefs tracht te produceren, iets dat geen emoties uitdrukt en ook niet de emoties van de luisteraar tracht te manipuleren, een muziek die uiteindelijk helemaal buiten mijn eigen persoon valt.
Ik wil de muziek ontdekken, en niet de componist. Zo heb ik het soms over bepaalde wiskundige formules die me toelaten subjectieve beslissingen uit te schakelen ten voordele van logische en objectieve deducties. Een andere keer zeg ik het met de woorden van Morton Feldman: “laat de muziek zijn wat ze wil”.
Soms praat ik over dit alles omdat ik denk dat dit helpt te begrijpen wat en waarom ik dit alles doe. Maar, wat ik ook doe, er resten altijd nog vragen:
Wat worden we verondersteld te voelen? Hoe kan muziek zo onpersoonlijk zijn? Probeert u nooit iets uit te drukken? Leidt dit alles niet tot een zeer koude muziek, ontdaan van alle betekenis? Enz.
Het begrip van muziek als zelfexpressie is zo verankerd in onze muzikale opleiding dat het grootste deel van het publiek gedesoriënteerd is bij het ontbreken ervan. Op een zekere dag, gefrustreerd door het onvermogen mijn esthetische ideeën aan een groep studenten uiteen te zetten, zei ik eenvoudigweg; “Ik ben niet geïnteresseerd in autobiografie”.
Dit is het sleutelwoord, en opeens was het voor iedereen duidelijk.
Tom Johnson
GALLERY

