ICTUS
Tom De Cock, Jean-Luc Fafchamps, Tom Pauwels, Jean-Luc Plouvier

Saint John ( Liquid Room 433, for John Cage)

Saint John ( Liquid Room 433, for John Cage)
2011

Wannes Gijselink

on onze blog

Saint John

In de gek ademt de leegte. Deze leegte kan een heilig respect opwekken en als een staat van gratie beschouwd : zoals de figuur van de Yourodivy uit de Russisch orthodoxe traditie, de hemelse gek uit het Tibetaans boeddhisme of de taoïstische wijze die zichzelf ziet als een pasgeborene. Reeds in de 13de eeuw schreef Eric Auerbach dat de Franciscaanse poëzie de klassieke scheiding afwijst tussen de 'grote stijl' en de 'nederige stijl' : sublimitas en humilitas worden één. Het volstaat ze tot het uiterste door te drijven.

Arnold Schoenberg zag weinig goeds in zijn student John Cage : “Hij heeft geen harmonisch doorzicht en lijkt doof te zijn voor de kunst van de proporties”. Het staat vast dat harmonie voor Cage steeds een moeilijk te overbruggen hindernis was. Toch gaf hij in repliek op zijn bewonderde mentor blijk van een flinke dosis verlichte gekte. Cage zwoor zijn leven te wijden aan het botsen tegen deze muur. Hij geloofde niet in proporties tenzij aan die van het ritme als de organisator van klank in de tijd. Harmonie was per slot van rekening niets anders dan een manier om indruk te maken met muziek en zo meer publiek te trekken en meer geld in kassa te krijgen. “Het Oosten en onze oude christellijke beschaving heeft die val vermeden omdat ze zich oprecht interesseerden in muziek, niet als hulpmiddel om meer rijkdom en roem te verwerven, maar eerder als een jonge dienares die er is voor het plezier en voor de religie”. Of nog in andere woorden : muziek als een heilige hoer.

Het is altijd leuk om door te draven over de paradoxen rond zijn befaamde stilte-werk “4’33”, over de deugden van het aleatoire en over de natuurlijke atonaliteit van percussie instrumenten. We vergeten echter iets essentieels als we het niet hebben over zijn Amerikaanse wortels en over zijn interesse voor het transcendentalisme in de dichtkunst. Zo schreef Henry Thoreau : “De wereld is een hemelse harp voor de aandachtige luisteraar, de oplettende mens denkt dat er niets meer waargenomen wordt voorbij de klank van de krekel, toch bestaat er zoiets als een onsterfelijke melodie, die de morgen, de middag, de nacht kan vatten…”

Het is een exotisch en verwarrend territorium bekeken vanuit onze Europese context. De kruising tussen het puriteinse, de liefde voor de natuur, het Oriëntalisme en de zin voor revolte laat Cage bekeren tot het credo ‘muziek is ecologie’. Zo schrijft hij dat het Franse intellect zoekt naar de wetten van de natuur, het Duitse intellect zoekt naar de controle over de dingen terwijl het Amerikaans intellect zich manifesteert in een zin voor anarchie. Dit heeft niet enkel tot Cage betrekking maar aangezien het hier om Cage draait is dit ongetwijfeld een aspect dat we in het achterhoofd moeten houden.

De formule van Cage is simpel: muziek = klank = stilte. Muziek is steeds aanwezig, of ze nu zwijgt of niet. Ze zal nog aanweziger zijn als we haar niet beroeren of als we haar amper aanraken. Dat is de bron van alles. De bron is altijd zuiver voor diegene die zijn dorst lest. Wil dit nu zeggen dat er niet aan mag gewerkt worden? Nee, nee, we stellen daarentegen alles in het werk om die delicate liefde en overtuiging te vieren, de kinderlijke liefde van het idiote kind met zijn oprecht inspirerende aanwezigheid.

DE OPSTELLING

De aard van het repertoire

De meeste radicaal aleatoire werken van Cage lijken sterk op seriële muziek. Zoals Célestin Deliège schrijft vond Cage er plezier in aan te tonen dat het teveel aan informatie in de seriële muziek perfect verwisselbaar is met toevals-operaties in de muziek. Deze aleatoire werken behoren niet tot het onderwerp van deze voorstelling. Het gaat daarentegen om de juweeltjes uit de jaren veertig waar Satie, Cowell en Webern met elkaar in dialoog lijken te gaan: melodieën met een ontwapenende eenvoud, loops die niet kloppen, jazz-achtige syncopes, vreemde nocturnes en natuurlijk veel geprepareerde piano als de fascinerende hybride tussen piano en percussieorkest. Veel later werk van Cage verwijst terug naar de geest uit de jaren veertig. Enkele andere werken zoals Child of Tree voor versterkte cactussen geven een fluxus aspect aan de avond waar we niet omheen willen.

De geprepareerde piano, verschillende podia, regie

Cage voorziet elk werk voor geprepareerde piano van een andere manier van preparatie. Een hele reeks werken met geprepareerde piano voorstellen op één avond wil dus zeggen dat er zoveel piano’s moeten zijn als er werken op het programma staan (een preparatie aanbrengen in de snaren vraagt behoorlijk wat tijd). Tegelijkertijd geeft dit aanleiding om aan te knopen bij onze Liquid Room concertformule waarbij er geen frontaal hoofdpodium is maar verschillende kleinere podia staan in één grote ruimte. De deuren blijven open, zoals ook de bar (als mogelijk). Licht en versterking laten toe de aandacht te dirigeren van het ene naar het andere podium terwijl het publiek naar eigen wens een bepaalde afstand of nabijheid zoekt. Enkele kartonnen stoeltjes, kussens, zetels staan over de ruimte verspreid, het publiek kan gaan zitten maar kan ook zich rustig doorheen de ruimte bewegen. De lange duur van de voorstelling (120 minuten) vormt daarom geen hindernis. Onze ervaring is dat het publiek in de zaal blijft en nog aandachtiger is dan waneer het vastgekluisterd is aan zijn zetel.

de uitvoerders
drie pianisten die zich ontfermen over zes of zeven piano’s (kwartvleugels volstaan), 
drie percussionisten + twee jokers : een zangeres en een violist. Alle muzikanten zijn in meer of mindere mate polyvalent en bespelen cactussen, manipuleren radio’s, klappen in de handen …

GALLERY

Gallery image 1
Gallery image 2
Gallery image 3

CAST & CREDITS