ICTUS
Jean-Luc Fafchamps, George van Dam, Géry Cambier

Wir irren

Wir irren
2018

Beeldend kunstenaar Ana Torfs realiseerde in 1998 haar eerste en enige langspeelfilm, Zyklus von Kleinigkeiten (Cyclus van kleinigheden). Ze baseerde zich hiervoor op Ludwig van Beethovens zogenaamde conversatieschriften, notaboekjes die zijn bezoekers toelieten te communiceren met de bekende componist nadat zijn gehoor dramatisch verslechterde in 1818.

Deze film zou oorspronkelijk eindigen met de canon « Wir irren allesamt, nur jeder irret anders » (Wij dwalen allemaal, maar ieder dwaalt op zijn eigen manier), gezongen door enkele acteurs uit Torfs’ film. Het is de laatste compositie die Beethoven schreef, in december 1826. Door omstandigheden sneuvelde deze scène in de finale montage, iets waar Torfs altijd spijt van heeft gehad. Dit project met Ictus, Wir Irren, is in de eerste plaats ontstaan vanuit dit gemis. Zonder de digitalisering van Zyklus von Kleinigkeiten door het Koninklijk Belgisch Filmarchief en Eye, Nederlands Filmarchief, zou dit samenwerkingsproject niet tot stand zijn gekomen.

Twee componisten-uitvoerders, Jean-Luc Fafchamps en Aurélie Nyirabikali Lierman, komen samen met Lucy Grauman, George van Dam en Géry Cambier voor een informele muzikale performance. De muzikanten die spelen en zingen, nodigen het publiek uit voor hun exploratie van Wir irren allesamt, nur jeder irret anders. Deze speculatieve, cryptische en speelse oefening leidt onvermijdelijk tot een muzikale fictie, als een ongedwongen gebeuren tussen vrienden in de woonkamer.

WIR IRREN

Aantekeningen na een telefoongesprek met Jean-Luc Fafchamps, door Jean-Luc Plouvier

In oktober 1802, op 32-jarige leeftijd, schreef Ludwig van Beethoven een brief aan zijn broers, Johann en Karl, die hij vervolgens nooit verstuurde. Deze brief werd beroemd onder de naam ‘Heiligenstädter Testament’. Beethoven schreef er over zijn wanhoop en wens zich te onttrekken aan het artistieke en mondaine leven, tot zelfs over de idee van zelfmoord. De reden van zijn ontreddering was het drama van zijn drastisch verslechterende gehoor.

[...] Ik kan toch nog niet aan de mensen bekennen: ‘Spreek luider, schreeuw, want ik ben doof. Ach! Hoe kan ik kenbaar maken dat ik een zwak zintuig bezit, dat bij mij volmaakter dan bij anderen hoort te zijn, een zintuig, dat ik ooit in de hoogste volkomenheid bezat — in een volkomenheid, zoals maar weinigen in mijn vak bezitten of bezeten hebben. Oh! Dat kan ik niet.’ [...]
[Heiligenstädter Testament.]

Het belang voor Beethoven van de perfectie van zijn gehoor, dat ooit zijn sterkste troef was, maakt de canon die het onderwerp uitmaakt van het concert vanavond — de laatste geschreven partituur, te beschouwen als zijn ‘geheim testament’ — des te aangrijpender. Daarover gaat het vanavond. De tekst van de canon verwijst naar een aforisme dat  doorgaans aan Georg Christoph Lichtenberg wordt toegeschreven, de verlichte Duitse schrijver en filosoof, altijd vol van humor en fantasie, en tevens een tijdgenoot van Beethoven. Een van zijn meest bekende en handige aforismen is misschien wel : ‘Ein Messer ohne Klinge, an welchem der Stiel fehlt’ (een mes zonder lemmet, waarvan het handvat ontbreekt). Uit de 8100 gedachten die Lichtenberg ons naliet, wordt vaak beweerd dat Beethoven de volgende zin selecteerde: ‘Wir irren alllesamt, nur jeder irret anders’ (Wij dwalen allemaal, maar ieder op zijn eigen manier). Het is ontroerend en betekenisvol te beseffen dat Beethoven — een kunstenaar die perfectie hoog in het vaandel droeg en die voor Richard Wagner een soort halfgod was — het einde van zijn leven doorbracht in de zachte nabijheid van deze zin, vol van ironie en wijsheid.

Maar opgelet: om precies te zijn, het gaat hier niet om een ‘werk’. Het gaat eerder om een spel, een raadselcanon, een geschenk dat Beethoven wel eens cadeau deed aan zijn vrienden (om bijvoorbeeld te zingen op het einde van een maaltijd). Een raadselcanon is een muzikale phrase die kan dienen als vertrekpunt, een raadsel waarbij de componist de sleutel tot de oplossing of realisatie niet meegeeft. Hoe de verschillende stemmen te introduceren wordt dus aan de uitvoerder overgelaten (zowat als een Ikea meubel te kopen, maar zonder de handleiding). Om wat minder raadselachtig te zijn: het begrip ‘canon’ kan men hier verstaan in de brede betekenis van het woord, in de grote polyfone traditie van Machaut tot Bach. Het gaat er niet eenvoudigweg om een melodie in fase te horen met zichzelf, zoals we geleerd hebben in onze kindertijd met de hulp van ‘Broeder Jakob’. In een authentieke raadselcanon kan de tweede stem getransponeerd klinken ten opzichte van de eerste. Of het tempo van de tweede stem kan dubbel zo snel of dubbel zo traag klinken, of nog: de melodie kan in canon gehoord worden, samen met zijn omkering (zoals tegelijkertijd een film te bekijken van voor naar achter en van achter naar voor). Zo zijn er heel uiteenlopende manieren om een dergelijke raadselcanon aan te pakken.

Het is deze idee van verschillende oplossingen die Ana Torfs motiveerde om Ictus, Jean-Luc Fafchamps en Aurélie Nyirabikali  Lierman te vragen een concert te ontwikkelen als inleiding tot de projectie van haar film Zyklus von Kleinigkeiten.

‘Verschillende oplossingen’ is moreel gezien interessant, omdat dit een tolerante visie op de mensheid impliceert, vol van tederheid. De enige juiste weg bestaat niet. Er zijn enkel imperfecte wegen. Iedereen vindt de zijne. Dat is de enige spelregel: ‘Vind je eigen imperfecte weg’. In zeker opzicht anticipeert Lichtenberg de psychoanalyse van Jacques Lacan en het universele van het ‘symptoom’. Iedereen is gek!

‘Verschillende oplossingen’ is ook esthetisch gezien interessant. In dit partituurspel kunnen we een aspect herkennen dat vandaag met computers en algoritmisch denken benaderd kan worden. In wezen is de raadselcanon een soort van machine, een code, die automatisch andere codes genereert. Deze hypothese bracht bij Jean-Luc Fafchamps een ietwat perverse gedachte naar boven. Als we nu eens de spelregels de 19de eeuw laten overstijgen, Beethoven ver voorbij, en voorbij al wat toegelaten is? Dit is de uitdaging van de avond: onze passie overbrengen voor een zuiver machinaal en speculatief plezier.

De vraag die Fafchamps en Lierman zich stelden waaiert uit zoals een accordeon: ‘Wat zijn de oplossingen van een raadselcanon waaraan Beethoven zelf had kunnen denken? [korte stilte] … Wat zijn de oplossingen waaraan hij nooit had kunnen denken, maar mogelijk had kunnen aanvaarden? [stilte] … En welke andere oplossingen, ondenkbaar voor Beethoven, maar die Richard Wagner, Richard Strauss wel hadden kunnen bevallen? [stilte] … en Arnold Schönberg? [steeds sneller en luider] … en Boulez? Ligeti? Xenakis? de Sex Pistols?’

Alsof dit niet volstond bedacht Jean-Luc Fafchamps nog nieuwe regels en regels voor de regels. De verslaving aan de regel, wijdverspreid onder bepaalde kunstenaars, kent geen limieten: ‘Men mag nooit beginnen’, zeggen de toxicologen, ‘anders ben je een vogel voor de kat’.

En ziehier enkele voorbeelden:

Regel #2: … alles speelt zich af onder vrienden, zonder al te veel sérieux, of zoals in een geheim genootschap van moordenaars, waar de grootst mogelijke medeplichtigheid heerst.

Regel #17: … alles speelt zich af binnen het half uur, zoals Pierrot Lunaire van Arnold Schönberg, en dat alles in 21 verschillende stukken die kunnen gegroepeerd worden in 3 groepen van 7 stukken, zoals in Pierrot Lunaire.

Regel #126b: … dat het symptoom van Beethoven (zijn gehoorkwaal) gesuggereerd wordt in de muziek zelf. Dat vreemde geluiden met neurologische kwaliteiten (zoals tinnitus) beginnen te circuleren zoals wormen in een rotte appel. Dat de stilte van Beethoven-de-dove een gevecht levert tegen Beethoven-de-componist — en dat de stilte wint! Zoals Lichtenberg het zou gewild hebben!

Om te antwoorden op al deze regels heeft Jean-Luc Fafchamps vijf verschillende soorten geluidsobjecten gecomponeerd:

(1) Canons (of oplossingen) wisselen af met (2) variaties en soms met intermezzo’s van verschillende kwaliteiten, (3) stemmingswisselingen, (4) geruis, en (5) stiltes.

Aurélie Nyirabikali Lierman heeft het ontwerp van het algemeen klanklandschap op zich genomen, en soundscapes gecomponeerd op basis van vooraf opgenomen materiaal. Ana Torfs woonde alle repetities bij, met niet aflatende nieuwsgierigheid naar (7) nieuwe pistes.

Tenslotte sluiten we af op deze open manier met een aforisme van Georg Christoph Lichtenberg: ‘We schamen ons niet meer voor onze zwakheden, van zodra we ze erkennen’.

GALLERY

Gallery image 1
Gallery image 2
Gallery image 3

CAST & CREDITS