ICTUS

ARS NOVISSIMA (WITH CLUBMEDIEVAL & MICHAEL LIBERG)

ARS NOVISSIMA (WITH CLUBMEDIEVAL & MICHAEL LIBERG)
2016

Altro che sospirar
Anders kan en wil ik niet dan treuren,
daar zij, die ik gewoon was te zien, elders is
heengegaan.
Amor heeft me zozeer doorboord met de
liefdespijlen
van deze waardige dame,
dat alle hulp om me te redden te laat kwam.
Nu de zoete blikken zijn verdwenen en
nu het hart, dat naar vrede hunkert,
schreeuwt van smart: “Ach, genade, je verzengt me”.
Deel ik u, mijn lieve heer, mijn immense
droefenis mede
en zal haar vertrek immer bewenen.
Anders kan en wil ik niet, enz.

Paolo da Firenze

was een van de meest verfijnde componisten van het einde van de 14e eeuw. Trouw aan de idealen van de hoofse liefde en de smart die deze toewijding met zich meebrengt, draagt zijn muziek bij tot de grote omwenteling in de Westerse gevoeligheid: zijn muziek luidt de renaissance in.

Ictus laat zich voor deze evocatie broederlijk bijstaan door ClubMediéval van Thomas Baeté. Poëtische associaties slaan de brug tussen de 14e en de 21e eeuw. Terwijl de muzikale meditatie van Sanchez-Verdù aan de verfijning van de Ars Subtilior doet denken, lijkt het duistere minimalisme van Klaus Lang recht uit Het zevende zegel van Ingmar Bergman te komen.

De gastheer is niemand minder dan de net zo onnavolgbare als gedreven Michaël Liberg, componist, zanger, luitist bij Jordi Savall, zondagsminimoogmuzikant en uitvinder van zijn eigen droominstrument, de ‘strijkcister’. Liberg nodigt de twee ensembles uit voor de gezamenlijke creatie van een nieuw werk, dat tegelijk geïnspireerd is op de middeleeuwse modaliteit en de elektronica van Brian Eno.

KLAUS LANG

De muziek van Klaus Lang is nauw verwant met de middeleeuwse compositiepraktijk en verdient dan ook zeker een plek in ons programma. Om het met de woorden van Raoul Mörchen te zeggen: “Zijn muziek is een schoolvoorbeeld van de geslaagde combinatie van objectiviteit en mystiek, begrip en beeld. Alleen over telbare voorwerpen die veranderlijk zijn in hun verschijningsvorm, structuren en systemen, wil Lang spreken. Zijn muziek herinnert ons aan een aanpak die de middeleeuwse praktijk benadert, toen componeren nog als een wetenschap werd beschouwd. Langs partituren steunen op eeuwenoude structuren, vertrekkend vanuit doorgaans eenvoudige principes (geometrische figuren, symmetrieassen, canons en verhoudingen), zelfs al leiden die tot complexe effecten2 .” Origami voor fluit, cello en accordeon is in wezen een minimalistisch werk dat uitgaat van slechts één pattern, dat als uiterst kneedbaar voorwerp talloze keren wordt bewerkt, om uiteindelijk de vorm en textuur aan te nemen van een rijke polyfonie. De titel Origami verwijst naar de Japanse papiervouwkunst: één enkel vlak krijgt volume, enkel en alleen door het te vouwen.

JOSÉ MARÍA SÁNCHEZ-VERDÚ

Al van kindsbeen af was Sánchez Verdú (°1968) gefascineerd door de Andalusische cultuur die vrijwel altijd de hoofdrol speelt in zijn muziek. Zijn eerste gecatalogeerde werk (uit 1989) heet Tránsito, een erg toepasselijke titel, zo blijkt, aangezien de componist doorheen zijn hele oeuvre het idee van de overgang centraal plaatst en een brug slaat tussen Europese en Arabische culturen. Dat idee van transitie, overgang, smeltkroes waar het Oosten en het Westen elkaar ontmoeten, is voor Sánchez-Verdú echter geen nieuw gegeven in het licht van het migratiebeleid. Het kadert veeleer binnen een eeuwenoud verhaal en steunt op oeroude fundamentele vragen in de westerse filosofie. José M. Sánchez-Verdú is poeta doctus, en zijn cultuur, zijn immense intellectuele horizon schemert door in zijn muziek. Tijdens zijn opleiding compositie studeerde hij ook rechten; de middeleeuwse filosofen zijn hem net als de antieke dichters dus geen onbekenden. Hij is vertrouwd met de moderne Spaanse literatuur, maar evenzeer met het werk van de Syrische dichter Adonis. De voor zijn muziek zo typerende arabesken, versieringen, perifrasen of obstinate herhalingen doen ons denken aan de kalligrafische schoonheid van het Arabische schrift. De gelijkenis is ook – of zelfs vooral – psychisch: minzame muziek, die slechts aan intensiteit wint door de langzame opbouw, vol dramatiek en verdrongen emoties die amper te beheersen zijn. De stilte, de schijnsels, de afwezigheid, dat zijn de duistere regionen van de ziel die hem interesseren3 . In zijn Deploratio’s ontleent José M. Sánchez-Verdú een muzikale praktijk die typerend is voor de renaissance: de compositie van klaagzangen over de dood van grote meesters (zoals Ockeghem ter nagedachtenis van Binchois, Josquin ter nagedachtenis van Ockeghem en Gombert ter nagedachtenis van Josquin). Deploratio I (1997) voor cellosolo is geschreven ter nagedachtenis van Francisco Guerrero, de 16e-eeuwse componist uit Sevilla die studeerde bij Cristóbal de Morales. Tegen de achtergrond van de contrareformatie strookte de sobere en beschouwende muziek van Guerrero met de tijdsgeest, en die elementen komen ook in het werk van Sánchez-Verdú naar boven. Deploratio II, een werk voor fluit en cello, werd dan weer geschreven ter nagedachtenis van Franco Donatoni (1927-2000), de Italiaanse componist die zijn taal bleef heruitvinden. Eerst onder invloed van Bartók, en later van Boulez (serialisme), Stockhausen (structuralisme) en Cage ontwikkelde hij begin jaren 1970 een meer vloeiende, lyrische stijl die aanknoopte bij vocale composities. Zuria werd in 2014 geschreven en is enkel voor accordeon bedoeld, een blaasinstrument met toetsen dat je gemakkelijk kan meenemen en dat gelijkenissen vertoont met het draagbare orgel uit de 12e eeuw.

MICHAEL LIBERG

Låndquidity is een werk in de vorm van een droom, een natuurlijk groeiende vertelling, onbewust vloeiend doorheen de wentelingen van de tijd. Alles is door een soort sƒumato omhuld, een wereld waarin muzikaal gezien de herinnering aan een modale, horizontale gedachte opdoemt, waaruit dan weer een verticale polyfonie van texturen ontspruit, die een regenboogkleurig schemerlicht uitstraalt. Een soort van Klangfarbenmelodie, een opeenstapeling van muziekperiodes en -stijlen, waarin – in een ogenblik – verschillende dingen samenvallen: van middeleeuwse tenorstemmen en bourdons, de speculatieve echo van de Ars Nova, via de romantische trekken van de Sturm und Drang tot – dicht bij ons – elektronische noises en drones. De wereld als soundscape. Låndquidity schetst een landschap, een vlakte die meedogenloos door een diepe maar serene rivier wordt doorkliefd, als een elektro-akoestische tape die ons de ‘tijd in verandering’ laat ervaren, naar Wolfgang von Goethes gedicht Dauer im Wechsel. De ontmoeting tussen ClubMediéval en Ictus, twee ensembles die zich in een tegengesteld tijdsgewricht bewegen, is tegelijk uniek, subtiel en zeldzaam.

GALLERY

Gallery image 1

CAST & CREDITS

  • Michael Liberg, Låndquidity for instrumental ensemble and electronics, premiere
  • Jose M. Sanchez-Verdù, Zuria for accordion, 2014
  • Olalla Alemán, cantus
  • Griet Degeyter, cantus
  • Daan Verlaan, tenor
  • Tore Denys, tenor
  • Elisabeth Seitz, psalterion
  • Guillermo Pérez, organetto
  • Thomas Baeté, fiddle ; artistic leader
  • Michaël Liberg, Øscuråtrønics